ik roer in de soep
smeer een boterham
roer luidruchtig in mijn koffie en hoor
je bent er bij

ik knip met mijn vingers de kruimels eraf
ruim bord af naar het aanrecht
zonder kruisen van messen en voel
je bent er bij

ik snuif buiten vers gemaaid groen
houd mijn kraag met een hand dicht
de vogels jagen de wolken weg en ik weet
je bent er bij

de avond ligt op mijn schouders
met het smeren van pasta op de borstel
kijk ik mezelf diep in de ogen aan
jij bent nu mij

 

Dit gedicht is geschreven ter gelegenheid van de tweede Troostdag die zondag 5 februari 2017 plaats vond in ’t Westlicht in Goes, georganiseerd door Monique Dommanschet Uitvaartbezieling.

Dit is de dag erna
Mijn gisterdag van 45 plus een
Jouw verjaardag
En toch niet
Zo had ik het niet bedacht
En niemand

Na 27 jaar elkaar weer treffen
Een vriendschap afstoffen die toen veel betekende
Toen
Toen we tieners waren
en ontdekten wat we wel en niet
maar vooral wel en overal
Toen diepe vriendschap was
We tieners waren
en verdronken in de muziek
van U2 tot Dots
van avontuur naar avontuur

Na 27 jaar elkaar weer zien
zodat van weetjenog en toen en toen
een horen en weten komt
van niet vergeten
al die jaren
om af te ronden en door

Maar in maart bevroor de tijd
Op vierenveertig
tweehonderdvierentwintig dagen terug
Dat maakt mijn leeftijd voor altijd
Wat jij ook had moeten zijn

Het gekke is dat het soms een dag, soms langer, duurt voor ik me realiseer wat er aan de hand is.
Ik ben moe, sombertjes, prikkelbaar, ik ervaar een waas de wereld een beetje grijzer kleurt. En nee, sorry, ik kan het niet altijd op de hormonale huishouding steken. Het is alsof er een mist in mij hangt. Ik kan lachen om grapjes, genieten van de onbevangenheid van de kinderen, verliefd zijn op mijn lief, maar toch. Er is een waas, het voelt alsof mijn gemoed dichtgestopt is met watten.
En dan realiseer ik me weer wat het is.

Mismistig.

De mist van het missen. Het missen van mijn ouders en schoonvader en het besef dat ze er echt, echt, echt niet meer zijn. Sommige dagen van het jaar  – verjaar-, feest-, moeder- en vaderdagen –  is het gemis duidelijker aanwezig, duidelijker voelbaar. Op die dagen is er pijn en verdriet, maar zijn er ook levendige herinneringen. Maar op deze dagen komt het gevoel dicht in de buurt van die eerste dagen rouw. Een alles overweldigend verdriet dat je functioneren verstoort. De andere dagen van het jaar is het gemis even groot. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan ze denk. Maar dit gemis verwatert niet de vrolijke kleur van het dagelijks leven.

En dan ineens, zonder aanwijsbare reden, komt de mismist opzetten en bedekt hij mijn leven voor een aantal dagen. Het lijkt bijna iets dat zich vastzet in m’n lijf.
De mismist verdooft, maar niet zoveel dat het direct opvalt.
De mismist versombert, maar niet tot een ondraaglijke depressie.
De mismist verkleurt het leven een beetje grijzer, maakt het lijf wat vermoeider, het gemoed wat zwaarder, zonder zich duidelijk als mismist kenbaar te maken. Ieder keer weer heb ik even nodig om de mist te herkennen als een manifestatie van rouw; iedere keer is de mist listig en verraderlijk en zorgt hij ervoor dat ik me afvraag of ik ziek word, of ik eerder naar bed moet, of ik misschien toch weer in de maandelijkse tijd verkeer. Totdat ik het me ineens realiseer. Het is de mistmist.

Geen idee wat die mismist doet ontstaan. De vallende bladeren? Ik heb het ook wel eens in de lente. Een herinnering, een foto, een geur, een liedje? Kan allemaal
Ik hoef de oorzaak ook niet te weten, het is zo. En het is oké.
Nu ik het weer weet, spreek ik met mezelf af dat ik een beetje lief ben voor mezelf. Ik steek een kaars aan bij hun foto. Ik schenk een kopje thee in en ik kruip op de bank met een dekentje.  En ik denk aan hoe en hoeveel ik ze mis, maar hoe dat gemis me ook nog meer mens maakt.
Ik zie het herfstzonnetje en weet dat deze mismist mag zijn, en ook weer wegtrekt.

Ik ben geen rouwtherapeut. Wanneer je googled, kom je meer dan genoeg sites tegen, met tips over hoe je met rouwende mensen moet omgaan. Allemaal verantwoorde, soms wetenschappelijk bewezen tips.
Ik heb ook 7 tips voor je, die je kunnen helpen in het omgaan met een vriend in rouw. Deze zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar gewoon, uit eigen ervaring:

Praat, Kook, Voel, Help, Lach, Huil en Knuffelen

(Voor de oplettende lezer: jazeker, ik heb me laten inspireren door de klassieker van Ramses Shaffy)

1. Praat
Het is belangrijk dat je contact blijft maken met je vriend*. Ga het niet uit de weg. Praat, begin een gesprek. En dat is natuurlijk moeilijk, want wat moet je zeggen? Vragen hoe het gaat, kun je beter niet doen. Ik vond dat de moeilijkste vraag die me werd gesteld: hoe gaat het? Wat moest ik antwoorden?
Wat ik wel prettig vond, was wanneer mijn gesprekspartner eerlijk aangaf dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Er ontstond dan toch vanzelf een gesprek.
Toon eenvoudigweg belangstelling, vraag naar hoe het is gegaan, of het afscheid mooi was. Vraag ook eens na een aantal maanden of een jaar hoe het gaat.

2. Kook
Kook een pan soep, bak een brood, een cake, maak een hartige taart. Wanneer je net een dierbare bent verloren, staat alles stil en zijn er veel alledaagse dingen die er niet zo toe doen. Eten koken wordt een opgave. Ik kreeg na het overlijden van mijn vader een enorme bak soep van een vriendin. Hoefde ik even niet met koken bezig te zijn.
En samen eten, dat is heel troostrijk. Nodig je vriend uit voor een eenvoudige maaltijd.

3. Voel
Voel mee. En volg je gevoel. Wil je een kaart sturen of een brief? Doen. Na het overlijden van onze beide ouders, ontvingen mijn zussen en ik veel kaarten. Ik heb die de eerste tijd nog vaak nagelezen.
Het doet ontzettend goed om te zien en te lezen dat mensen meeleven. Facebookberichten en Whatsappjes zijn ook fijn, maar vluchtiger. Ik vond het heel bijzonder dat iemand de moeite nam een kaart te kopen, een tekstje erop te schrijven en me die te sturen, om mij te laten weten dat hij meeleefde.

4. Help
Er zijn vaak zoveel praktische zaken te regelen na een overlijden. Bied je vriend een helpende hand, met het opzeggen van post, het leeghalen van het huis, het bijhouden van de tuin, het uitlaten van de hond. En ook al slaat je vriend het af, vraag het nog eens. En blijf aanbieden, vragen, bellen, mailen. Ik heb echt ervaren dat fijn is, maar ook nodig is. Sommige vrienden zeiden: “Als er iets is, als we iets kunnen doen, moet je gewoon bellen, hoor.” Ik belde niet. De drempel van hulp vragen was te hoog is.

5. Lach
Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat het een en al vrolijkheid moet worden. Er is veel verdriet wanneer je vriend een dierbare is verloren. Maar er zijn ook mooie, vrolijke herinneringen aan de overledene. Deel die herinneringen, haal de anekdotes op, de grappen, de typische uitdrukkingen. Er mag heus gelachen worden, lachen doet ook in periodes van verdriet goed.

6. Huil
Wat onder 5. staat, geldt ook voor deze tip. Laat je emoties zien. Misschien was de overledene ook een dierbare van jou. Samen huilen en verdriet hebben, dat geeft ook weer troost en kracht.

7. Knuffelen
De belangrijkste tip van allemaal. Pak degene die in rouw is vast, knuffel, raak aan, geef een bemoedigende klop op de schouder: alles wat past bij jouw oprechte gevoel en wat past bij de ander, doe het.

De bovenstaande tips zijn uiteraard geen wetten van Meden en Perzen. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar hopelijk biedt het je wat handvatten voor wanneer je in een dergelijke situatie komt. Ik was in ieder geval heel erg blij met iedereen om me heen die een of meerdere tips in praktijk bracht. Het heeft me veel steun gegeven.

* Uiteraard wordt met vriend ook een vriendin bedoeld. En graag ook zij lezen als er hij staat.

 

kaarsen Alpe d'HuZes (c) Patricia de Kort

kaarsen Alpe d’HuZes (c) Patricia de Kort

 

Het moment dat mijn vader stierf, was intens verdrietig, maar ook een van de meest bijzondere dingen die ik tot dan toe had meegemaakt. Het was me gegund om mijn vader, samen met mijn twee zussen, tot het allerlaatste moment te begeleiden. En daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Niet iedereen is in de gelegenheid om op dat laatste moment bij zijn of haar dierbare te zijn.

Hij was bij mijn geboorte, ik bij zijn sterven. De cirkel was rond. Maar wat deed het pijn. Het verdriet was zo enorm, dat het zich niet alleen uitte in veel huilen, maar ook fysieke pijn. De dagen erna werd ik zo overspoeld door verschillende facetten van rouw, dat ik alle grip kwijt leek te raken. Ik voelde me dobberen op een klein vlotje in een enorme woeste wildwaterbaan. De stille en onvoorwaardelijke steun van de Liefste Vrouw was een baken, en ook de kinderen hielden het land in zicht.

Lezen, lezen en nog eens lezen. Ik verslond alle boeken over rouwverwerking die ik in de bieb kon vinden. Met name het boek “Leven zonder ouders” van Daan Westerink was een boek dat me goed deed. Het gaf troost om te lezen hoe anderen woorden gaven aan hun gevoel, dat deels ook mijn gevoel was.

Op straat keek ik naar andere mensen en vroeg me af of zij beide ouders nog hadden, of ook dit verdriet al hadden moeten doormaken. Het voelde alsof alle mensen in te delen in twee groepen: zij die beide ouders nog hadden en zij die al afscheid hadden moeten nemen van één of beide ouders. Ineens was ik, op die 24e augustus, bij de laatste groep gaan horen. Half wees was ik. En ik voelde in m’n lijf dat ik veranderd was.