ik roer in de soep
smeer een boterham
roer luidruchtig in mijn koffie en hoor
je bent er bij

ik knip met mijn vingers de kruimels eraf
ruim bord af naar het aanrecht
zonder kruisen van messen en voel
je bent er bij

ik snuif buiten vers gemaaid groen
houd mijn kraag met een hand dicht
de vogels jagen de wolken weg en ik weet
je bent er bij

de avond ligt op mijn schouders
met het smeren van pasta op de borstel
kijk ik mezelf diep in de ogen aan
jij bent nu mij

 

Dit gedicht is geschreven ter gelegenheid van de tweede Troostdag die zondag 5 februari 2017 plaats vond in ’t Westlicht in Goes, georganiseerd door Monique Dommanschet Uitvaartbezieling.

kapot windlicht op graf

Dwalen
Omdat het vanmorgen zulk mooi licht is, en de herfst volop de bomen kleurt, trek ik erop uit met mijn fotocamera. Zonder doel dwaal ik wat rond in mijn buurtje, en bij toeval kom ik langs het kerkhof bij ons achter. Kerkhoven fascineren me altijd. Wanneer ik op vakantie langs een kerkhof kom, wil ik ook altijd even een kijkje nemen. Je kunt veel leren over een gemeenschap door hun graven te bekijken. En er hangt altijd een bijzondere, serene rust. Mijn moeder mocht ook altijd graag een wandelingetje maken over het kerkhof in Goes. “Dat is altijd zo lekker rustig daar”, zei ze en m’n zussen en ik giechelden er maar een beetje om. Gekke mama, een beetje over een kerkhof wandelen. En nu doe ik het zelf.

Kerkhof
Via de smalle paadjes wandel ik langs de graven. Graven die heel sober en strak zijn, maar ook meer uitbundiger graven met veel kleine snuisterijen. Mooie, verse bloemen hier, daar een sneu, verwelkt en onbestemd bosje iets. Ik lees de namen, bekijk de foto’s, reken de leeftijd uit van degenen die er zijn begraven. Ik zie een groot, rood marmeren ornament. Of nee, het lijkt bijna een mausoleum, met pilaren en alles. De grafsteen laat een tekening zien van een woonwagen die een weg vanuit de bergen heeft afgelegd. Verderop kom ik diezelfde tekening nog een paar keer tegen. Nette en goed verzorgd, allemaal. Er zijn ook verwaarloosde graven; die stemmen me toch een beetje treurig. Niemand die zich nog om de toestand van het graf bekommert. Een kapot windlicht. Een overwoekerde steen. Hier en daar zelfs een gebroken grafsteen. Gelukkig zijn heel veel graven wel in een goede staat.

Allerheiligen
Ik ben zelf niet echt opgevoed met de rituelen en gebruiken rondom grafonderhoud. Maar de toewijding waarmee sommige graven zijn onderhouden, ontroert me. Een simpel rekensommetje op basis
van de datum op de steen leert me dat het graf voor me met veel liefde al tientallen jaren verzorgd wordt.
Met en met komen er meer mensen op het kerkhof, met bloemen en planten. Allerheiligen vandaag, en morgen Allerzielen. Dat verklaart ook het bloemenstalletje bij de ingang.
Een man tuft met z’n snorfiets over het grote middenpad het kerkhof op, plant op de schoot, vrouw achterop. Een bijzonder beeld, zo’n snorfiets op het kerkhof. Ik kijk nog wat rond en bekijk de mensen die er zijn. De oudere man met het grijze jack, kijkt een beetje vertwijfeld om zich heen, alsof hij niet meer precies weet waar het te bezoeken graf is. De kleine vrouw met de fiets aan de hand die meerdere graven aan doet, plantjes verzorgt, wat harkt en plukt en hardop tegen de steen praat. Een andere vrouw fietst resoluut naar een graf, stapt af, plukt iets uit de heide die bij het graf staat, gaat rechtstaan, hoofd gebogen. Ze typt een berichtje op haar telefoon en fiets weer weg. Ook ik loop naar m’n fiets, denkend aan mijn moeder die zo graag over het kerkhof wandelde. En ik begrijp haar heel goed. Een kerkhof is een bijzondere, troostrijke blauwdruk van een gemeenschap. En het laat je ook nog eens laat voelen dat je leeft.

Morgenavond is het lichtjesavond. Ga ik gewoon nog een keer.

Het gekke is dat het soms een dag, soms langer, duurt voor ik me realiseer wat er aan de hand is.
Ik ben moe, sombertjes, prikkelbaar, ik ervaar een waas de wereld een beetje grijzer kleurt. En nee, sorry, ik kan het niet altijd op de hormonale huishouding steken. Het is alsof er een mist in mij hangt. Ik kan lachen om grapjes, genieten van de onbevangenheid van de kinderen, verliefd zijn op mijn lief, maar toch. Er is een waas, het voelt alsof mijn gemoed dichtgestopt is met watten.
En dan realiseer ik me weer wat het is.

Mismistig.

De mist van het missen. Het missen van mijn ouders en schoonvader en het besef dat ze er echt, echt, echt niet meer zijn. Sommige dagen van het jaar  – verjaar-, feest-, moeder- en vaderdagen –  is het gemis duidelijker aanwezig, duidelijker voelbaar. Op die dagen is er pijn en verdriet, maar zijn er ook levendige herinneringen. Maar op deze dagen komt het gevoel dicht in de buurt van die eerste dagen rouw. Een alles overweldigend verdriet dat je functioneren verstoort. De andere dagen van het jaar is het gemis even groot. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan ze denk. Maar dit gemis verwatert niet de vrolijke kleur van het dagelijks leven.

En dan ineens, zonder aanwijsbare reden, komt de mismist opzetten en bedekt hij mijn leven voor een aantal dagen. Het lijkt bijna iets dat zich vastzet in m’n lijf.
De mismist verdooft, maar niet zoveel dat het direct opvalt.
De mismist versombert, maar niet tot een ondraaglijke depressie.
De mismist verkleurt het leven een beetje grijzer, maakt het lijf wat vermoeider, het gemoed wat zwaarder, zonder zich duidelijk als mismist kenbaar te maken. Ieder keer weer heb ik even nodig om de mist te herkennen als een manifestatie van rouw; iedere keer is de mist listig en verraderlijk en zorgt hij ervoor dat ik me afvraag of ik ziek word, of ik eerder naar bed moet, of ik misschien toch weer in de maandelijkse tijd verkeer. Totdat ik het me ineens realiseer. Het is de mistmist.

Geen idee wat die mismist doet ontstaan. De vallende bladeren? Ik heb het ook wel eens in de lente. Een herinnering, een foto, een geur, een liedje? Kan allemaal
Ik hoef de oorzaak ook niet te weten, het is zo. En het is oké.
Nu ik het weer weet, spreek ik met mezelf af dat ik een beetje lief ben voor mezelf. Ik steek een kaars aan bij hun foto. Ik schenk een kopje thee in en ik kruip op de bank met een dekentje.  En ik denk aan hoe en hoeveel ik ze mis, maar hoe dat gemis me ook nog meer mens maakt.
Ik zie het herfstzonnetje en weet dat deze mismist mag zijn, en ook weer wegtrekt.

We stonden op een rijtje, netjes gekleed in het zwart. Een hele rij mensen liepen langs, schudden ons bedrukt de hand en mompelden “gecondoleerd met het verlies van je opa”. Ik was 8 jaar en het enige ander “ge..eerd”woord dat ik kende was gefeliciteerd. Ik dacht dat het hetzelfde betekende en vond het heel raar dat iedereen mij, m’n zussen en m’n ouders feliciteerde met dat opa dood was.
Ik heb sindsdien altijd een dingetje gehad met dat woord gecondoleerd.

Afschaffen?
Een beetje rond speuren op internet laat zien dat ik niet de enige ben, die moeite heeft met het formele en afstandelijke karakter van ervan. Op verschillende blogs wordt er flink tegenaan geschopt. Zin Magazine deed een paar weken geleden nog een oproep voor alternatieven. Maarten Asscher betoogde in De Gids, jaargang 160 (1997) al dat het woord gecondoleerd uit de dagelijks Nederlandse woordenschat verwijderd zou moeten worden. Asscher geeft ook aan dat niet iedere condoleance-situatie de gelegenheid biedt om je persoonlijke gevoel op een eigen manier over te brengen. Hij pleit voor een kernachtige, neutrale uitdrukking. Maar verder dan contraficiat komt hij ook niet.

Toch in gebruik
Waarom wordt ‘gecondoleerd’ dan toch nog steeds gebruikt, terwijl ook veel weerstand is? Misschien omdat het juist bij momenten van rouw en verdriet zo moeilijk is om de juiste woorden te vinden. Het is niet eenvoudig je gevoel in woorden om te zetten, zeker niet bij het zien van het verdriet van anderen. Wat valt er te zeggen? Welke woorden bieden troost?

Gecondoleerd is afgeleid van het Latijnse “con dolare”, wat zoveel betekent als meeleven met pijn. Je medeleven betuigen, dat is wat je doet op zo’n moment. Veel uitdrukkingen klinken alleen snel vormelijk, afstandelijk en formeel. Meeleven, medeleven betuigen, oprechte deelneming, innige deelneming.

Alternatieven
Zelf ben ik veel meer gecharmeerd van de varianten die de Engelse taal biedt:
I am truly sorry for your loss
of
My heart goes out to you
of zelfs het ook wat formele
My deepest sympathies go out to you
Ze laten zich allemaal heel slecht vertalen naar het Nederlands.

Mijn speurtocht op het net heeft me in ieder geval in het Nederlands niet veel nieuwe alternatieven gebracht. De meeste suggesties kende ik wel, al deden een tweetal suggesties me toch even de wenkbrauwen bewegen: het eerder genoemde contraficiat, van harte krachtgewenst en van harte troostgewenst. Ik denk niet dat ik die aan mijn vocabulaire ga toevoegen.

Ik houd me maar bij wat ik weet en wat ik ken. Bij wat mijn gevoel me ingeeft. En vooral bij het notie dat een gebaar meer zegt dan wat in woorden te vatten valt.

 

Gebruik jij het woord ‘gecondoleerd’ of zeg je iets anders?

Ik ben geen rouwtherapeut. Wanneer je googled, kom je meer dan genoeg sites tegen, met tips over hoe je met rouwende mensen moet omgaan. Allemaal verantwoorde, soms wetenschappelijk bewezen tips.
Ik heb ook 7 tips voor je, die je kunnen helpen in het omgaan met een vriend in rouw. Deze zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar gewoon, uit eigen ervaring:

Praat, Kook, Voel, Help, Lach, Huil en Knuffelen

(Voor de oplettende lezer: jazeker, ik heb me laten inspireren door de klassieker van Ramses Shaffy)

1. Praat
Het is belangrijk dat je contact blijft maken met je vriend*. Ga het niet uit de weg. Praat, begin een gesprek. En dat is natuurlijk moeilijk, want wat moet je zeggen? Vragen hoe het gaat, kun je beter niet doen. Ik vond dat de moeilijkste vraag die me werd gesteld: hoe gaat het? Wat moest ik antwoorden?
Wat ik wel prettig vond, was wanneer mijn gesprekspartner eerlijk aangaf dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Er ontstond dan toch vanzelf een gesprek.
Toon eenvoudigweg belangstelling, vraag naar hoe het is gegaan, of het afscheid mooi was. Vraag ook eens na een aantal maanden of een jaar hoe het gaat.

2. Kook
Kook een pan soep, bak een brood, een cake, maak een hartige taart. Wanneer je net een dierbare bent verloren, staat alles stil en zijn er veel alledaagse dingen die er niet zo toe doen. Eten koken wordt een opgave. Ik kreeg na het overlijden van mijn vader een enorme bak soep van een vriendin. Hoefde ik even niet met koken bezig te zijn.
En samen eten, dat is heel troostrijk. Nodig je vriend uit voor een eenvoudige maaltijd.

3. Voel
Voel mee. En volg je gevoel. Wil je een kaart sturen of een brief? Doen. Na het overlijden van onze beide ouders, ontvingen mijn zussen en ik veel kaarten. Ik heb die de eerste tijd nog vaak nagelezen.
Het doet ontzettend goed om te zien en te lezen dat mensen meeleven. Facebookberichten en Whatsappjes zijn ook fijn, maar vluchtiger. Ik vond het heel bijzonder dat iemand de moeite nam een kaart te kopen, een tekstje erop te schrijven en me die te sturen, om mij te laten weten dat hij meeleefde.

4. Help
Er zijn vaak zoveel praktische zaken te regelen na een overlijden. Bied je vriend een helpende hand, met het opzeggen van post, het leeghalen van het huis, het bijhouden van de tuin, het uitlaten van de hond. En ook al slaat je vriend het af, vraag het nog eens. En blijf aanbieden, vragen, bellen, mailen. Ik heb echt ervaren dat fijn is, maar ook nodig is. Sommige vrienden zeiden: “Als er iets is, als we iets kunnen doen, moet je gewoon bellen, hoor.” Ik belde niet. De drempel van hulp vragen was te hoog is.

5. Lach
Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat het een en al vrolijkheid moet worden. Er is veel verdriet wanneer je vriend een dierbare is verloren. Maar er zijn ook mooie, vrolijke herinneringen aan de overledene. Deel die herinneringen, haal de anekdotes op, de grappen, de typische uitdrukkingen. Er mag heus gelachen worden, lachen doet ook in periodes van verdriet goed.

6. Huil
Wat onder 5. staat, geldt ook voor deze tip. Laat je emoties zien. Misschien was de overledene ook een dierbare van jou. Samen huilen en verdriet hebben, dat geeft ook weer troost en kracht.

7. Knuffelen
De belangrijkste tip van allemaal. Pak degene die in rouw is vast, knuffel, raak aan, geef een bemoedigende klop op de schouder: alles wat past bij jouw oprechte gevoel en wat past bij de ander, doe het.

De bovenstaande tips zijn uiteraard geen wetten van Meden en Perzen. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar hopelijk biedt het je wat handvatten voor wanneer je in een dergelijke situatie komt. Ik was in ieder geval heel erg blij met iedereen om me heen die een of meerdere tips in praktijk bracht. Het heeft me veel steun gegeven.

* Uiteraard wordt met vriend ook een vriendin bedoeld. En graag ook zij lezen als er hij staat.

 

kaarsen Alpe d'HuZes (c) Patricia de Kort

kaarsen Alpe d’HuZes (c) Patricia de Kort

 

Het moment dat mijn vader stierf, was intens verdrietig, maar ook een van de meest bijzondere dingen die ik tot dan toe had meegemaakt. Het was me gegund om mijn vader, samen met mijn twee zussen, tot het allerlaatste moment te begeleiden. En daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Niet iedereen is in de gelegenheid om op dat laatste moment bij zijn of haar dierbare te zijn.

Hij was bij mijn geboorte, ik bij zijn sterven. De cirkel was rond. Maar wat deed het pijn. Het verdriet was zo enorm, dat het zich niet alleen uitte in veel huilen, maar ook fysieke pijn. De dagen erna werd ik zo overspoeld door verschillende facetten van rouw, dat ik alle grip kwijt leek te raken. Ik voelde me dobberen op een klein vlotje in een enorme woeste wildwaterbaan. De stille en onvoorwaardelijke steun van de Liefste Vrouw was een baken, en ook de kinderen hielden het land in zicht.

Lezen, lezen en nog eens lezen. Ik verslond alle boeken over rouwverwerking die ik in de bieb kon vinden. Met name het boek “Leven zonder ouders” van Daan Westerink was een boek dat me goed deed. Het gaf troost om te lezen hoe anderen woorden gaven aan hun gevoel, dat deels ook mijn gevoel was.

Op straat keek ik naar andere mensen en vroeg me af of zij beide ouders nog hadden, of ook dit verdriet al hadden moeten doormaken. Het voelde alsof alle mensen in te delen in twee groepen: zij die beide ouders nog hadden en zij die al afscheid hadden moeten nemen van één of beide ouders. Ineens was ik, op die 24e augustus, bij de laatste groep gaan horen. Half wees was ik. En ik voelde in m’n lijf dat ik veranderd was.