Speelgoedboek-ergernis

De voortekenen kunnen elk moment in de winkel liggen. De pepernoten kondigen de komst aan van wat ieder kinderhartje sneller doet kloppen: de speelgoedboeken die op de mat vallen!
En met de bons op de mat start ongetwijfeld ook mijn ergernis. Want al die boeken staan bol van de stereotype gender-typeringen. Jongens houden van auto’s, robot en ander stoer speelgoed. De meisjes spelen het liefst met roze, op het huishouden gelijkende dingen. Poppen zijn voor meisjes, autootjes voor jongens.

Boekenheldinnen

Maar zo werkt het in het echte leven niet. Gelukkig maar. Hoewel onze dochter een grote voorliefde heeft voor de kleur roze, speelt ze ook graag met Lego City. Qua vormgeving en styling toch duidelijk op de jongens geënt. Ze vraagt mij om bevestiging: “Ik mag daar als meisje toch ook gewoon mee spelen, toch? Want je mag spelen waar je mee wilt spelen. Toch mama?”
Wanneer je er op gaat letten, valt het steeds meer op. Zenders die vooral filmpjes van robots e.d. uitzenden, gebruiken slogans als ‘meer voor jongens’. Er zijn in boeken, films en tv-series ook maar al te vaak stereotiepe rolmodellen voor jongens en meisjes. Er zijn zeker boeken waarin een meisje de heldin is, op een gelijkwaardige manier (dus niet “stoer, ondanks dat ze een meisje is”), maar het gros van de boeken kent toch een mannelijke held. En dat terwijl het ook voor meiden belangrijk is om te zien dat vrouwen iets kunnen bereiken. Natuurlijk zijn er wel heldinnen, maar wanneer je erop let is het meisje in het verhaal toch vaak de side-kick van de jongen. Pipi is een beroemde uitzondering, en gelukkig zijn er meer. Maar je moet er actief naar op zoek. Het begint al met prentenboeken. Ook daar is vaak de hond, gorilla, dinosaurus, brandweerwagen of kleurpotlood mannelijk. Zo kan bij meisjes de veronderstelling erin sluipen dat mannen de norm zijn en vrouwen de uitzondering. Lees dit interessante artikel eens. Toch komt meer en meer het besef dat het ook voor meisjes belangrijk is om een zich te kunnen vereenzelvigen met de hoofdpersoon van het boek. Ik vind de boeken van Rebel Girls dan ook geweldig. In deze boeken staan verhaaltjes voor het slapen gaan over meer dan 100 bijzondere vrouwen.

Oranje heldinnen

Was ik daarom zondagmiddag zo ontroerd bij de EK finale van de Oranjeleeuwinnen? Ik zag, samen met de Liefste Vrouw, mijn meissie en m’n binkie 23 meisjesdromen uitkomen.
“Wat wil je later worden?” vroegen ze Van der Donk toen ze acht was. “Profvoetballer” antwoordde ze vastberaden. Er werd gelachen en gegrinnikt. Meisjes worden toch geen profvoetballer! Het bewijs is nu geleverd. Meisjes kunnen wel degelijk profvoetballer worden.

Meisjesdroom

De afgelopen weken is er al onnoemelijk veel van gevonden, over geschreven en over gediscussieerd. Over het vrouwenvoetbal. Daar gaat het mij nu even niet om. Voor mijn dochter is het nu heel gewoon dat je ook profvoetballer kan worden, en dat is te gek. Daarom raakte het mij zo, denk ik. Deze meiden zijn voor hun eigen droom blijven strijden, misschien zelfs lang tegen beter weten in. En dan maak je je droom waar met een EK titel en bouwt heel Nederland een feestje, voor de voetbalvrouwen. Dat vind ik mooi. Want voor veel meiden is dit weer een bewijs dat je ook als meisje kunt worden wat je wilt. De weg kan lang, hobbelig en hard werken zijn. Maar het kan! Je kunt profvoetballer worden, of profwielrenner. Astronaut, vrachtwagenchauffeur of kapper. In theorie kun je zelfs minister-president worden.

Eigen richting

Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen in de richting die bij haar of hem past. Als een jongen met meisjesspeelgoed wil spelen, moet dat evengoed kunnen als een meisje die met autootjes speelt. Al merk ik bij ons grut dat er al een natuurlijke voorliefde voor het een of ander is, die goed gevoed wordt door de stereotypen in de speelgoedindustrie. Daar doen we weinig aan. Maar zolang we ons er maar bewust van zijn, kunnen we ook proberen hier en daar een beetje bij te sturen.
Maar mijn dochter van bijna 8 zag hoe de Oranje Leeuwinnen kampioen werden, en het leek of haar dromen zelf ook vleugels kregen. En dat is belangrijk. En hartveroverend.

tornado-572504_1280

 

Ik ben goed genoeg
In mijn notitie-app had ik een tijdje terug al dit opgetypt: ik ben goed genoeg. Als reminder voor mezelf dat ik hieraan best een stukkie kon wijden, met name geïnspireerd door het boek dat ik nu lees De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown (aanrader!).
Hoe makkelijk je dat zinnetje opschrijft, hoe moeilijk is het om het ook echt zo te voelen.
Want de dag zit vol momenten waarop ik twijfel. In de werksfeer (waarom moest ik nu zo nodig uitdrukkelijk aangeven dat ik dat hele traject wel wil begeleiden) maar vooral ook in de privésfeer. Er is een continue clash tussen mijn ideaalbeeld (de perfecte werknemer, de perfecte moeder) en de realiteit.

Wervelstorm
In theorie heb ik het al helemaal uitgedacht: ik ga mijn liefste dochter in alle rust steunen in dat moment waar ze zo bang voor is, dat haar andere voortand eruit gaat. De tand in kwestie hangt letterlijk nog aan één fliebertje vast, maar valt er maar niet uit. En dochterlief is als de dood voor bloed, wil de tand er niet uit (want bang voor bakken bloed), maar wil de tand er wel uit, want stel je voor dat het op school gebeurd. En waar we eerst in alle rust samen proberen de tand er uit te trekken en ze me telkens toch weer tegenhoudt, glijden we via een zeer ontvlambare mengeling van kindertegendraadsheid, eigenwijsheid, irrationele angst en moederlijk onvermogen in een wervelstorm. Einde van het liedje: dochter en moeder beiden in alle staten, zoonlief boos dat niemand nog gezellig doet en de tand zit er nog in. En ik ben boos op mezelf dat ik niet in staat was dit tij te keren en het tot een goed einde te brengen. Terwijl ik terugloop van de school waar ik dochterlief nog enigszins bedremmeld bij de juf heb achtergelaten, zie ik de verschillende trauma’s waarmee ik haar eigenhandig heb opgezadeld al voor me. Ik kan alvast wel sparen voor de therapie die ze ongetwijfeld straks nodig heeft..

De stilte erna
De hele morgen ben ik alleen nog maar daar mee bezig, en twijfel ik voortdurend aan mezelf als moeder. Verschillende scenario’s doorloop ik, allemaal beginnend met een van de zinnen: Had ik niet beter…, misschien was zus.., voortaan doe ik…

In de lunchpauze ga ik nog even kijken op school, hoe het met haar en haar tand is.
Verbaasd kijkt ze me aan. “Wat kom jij nou doen?” Van de wervelstorm is niks meer te merken en giechelend gaat ze bij een vriendinnetje aan tafel staan, en heeft het veel te druk met alles en iedereen om nog aandacht voor haar moeder te hebben. En terecht.
De storm is gaan liggen, en geen stormschade te bekennen.

Goed genoeg is goed genoeg
En dat is wat ik mezelf moet blijven leren: ik ben goed genoeg. Het hoeft niet allemaal, sterker nog, het kan niet allemaal perfect. Ik ben goed genoeg. Goed genoeg is ook oké. Moeilijk hoor. En een enorme uitdaging. Maar de zon schijnt, dochterlief is blij en vrolijk (met tand nog steeds) en ik ben best een leuke moeder. Meestal dan.