doolhof doodgewone dingen

Afgelopen weken heb ik geamuseerd gekeken naar het programma Marlijn: de dolende dertiger van Marlijn Weerdenburg. In deze serie zoekt zij (gelukkig met de nodige humor) naar antwoorden op de levensvragen van de dertigers van nu. Kijk het eens terug op Uitzending gemist van de NPO, het is echt vermakelijk.

Dolende dertiger

In een aantal afleveringen is Marlijn op zoek gegaan vanuit haar eigen persoonlijke perspectief naar wat de dertiger van nu bezig houdt. Hoe vind ik de ware? Hoe maak ik de juiste keuzes in m’n carrière? Moet ik settelen of eerst nog op wereldreis? Wie ben ik eigenlijk en wat is de zin van het leven? In de laatste aflevering die ik gezien heb ging het met name daarover. Hoe vind ik balans in mezelf (dat zou ik ook wel willen weten) en kan yoga daarbij helpen (vast, als ik er de tijd voor had).
Ik kijk met groeiende verbazing naar de worsteling die menige dertiger tegenwoordig blijkbaar doormaakt. Er wordt een hoop getwijfeld, gezocht, afgereisd, ge-yoga’at (schrijf je dat zo?) en gemediteerd. Allemaal met de vraag of wat de zin van het leven is.

Verdwaalde (of verdwaasde) veertiger

Mijn dertigers dilemma (als ik dat al had) ligt inmiddels alweer zo’n 10 jaar geleden. Ik ben alweer een middenveertiger. Grutjes, wat klinkt dat ineens oud. Al kijkend naar Marlijn vraag ik me hardop af of ik in mijn dertigers tijd ook zo heb lopen dolen. Ik kan het me eigenlijk niet zo goed herinneren. Als ik dan al gedoold heb, zal het niet een flinke existentiële crisis hebben opgeleverd. Ik was hooguit een licht getroebleerde twintiger, maar terugblikkend valt dat ook wel mee. Ik herken wel het meegaan in de flankerende activiteiten die bij het dolen horen: verlichting zoeken bij yoga, de Happinez lezen (nadat ik m’n abonnement op de Flow had opgezegd), proberen Mindfulness bezig te zijn. Eckhart Tolle lezen. Maar jaren terug las ik ook al de Celestijnse belofte (ken je die nog?). Ik heb wel lekker gesettled, al in m’n dertigers tijd met huisje, boompje  en beestje(s). En later kinderspul erbij. Carrière? Mwah. Dat dolen begint volgens mij nu pas.

Modderende moeder

Om mij heen zie ik het genoeg, en ik ben er zelf ook één van. Een moeder die de bordjes omhoog probeert te houden: kinderen goed gewassen, gestreken en opgevoed door het leven gidsen, met de nodige ruimte voor plezier, spel, beetje sport, lekker verdwalen en loslaten. Aandacht voor mijn lief en mezelf, het leven om me heen, familie en vrienden, de wereld en het werk. Ik vind het al knap van mezelf dat ik werk als laatste in het rijtje noem. Ik modder-moeder maar wat aan, en over de gehele linie gaat dat best aardig, geloof ik. Op een enkele offday na. Ongetwijfeld hebben mijn kinderen later issues waarmee zij gaan dolen, en vast en zeker blijkt in therapie dat ik, dat wij, het iets anders hadden moeten doen. Ik betaal de psycholoog wel.

Verrijkte veertiger

Lieve Marlijn, ik heb goed en slecht nieuws voor je. Het slechte nieuws is dat het dolen na je dertigste niet ophoudt, misschien wordt het zelfs wel erger wanneer je je besluiten (over settelen, kinderen en carrière) hebt uitgevoerd. Het goede nieuws? Je leven wordt er alleen maar rijker en voller door!
Ondanks mijn geworstel, gemodder, gemopper, zoeken, twijfelen en onzekerheden ben ik meer aan het leven dan ooit. Mijn zin van het leven is nu zin in het leven hebben. Ik geniet, struikel, stoot m’n neus, huil van het lachen en lach van het huilen. Laat mij maar lekker verder dolen en doorgroeien naar de verwarde vijftiger, de zoekende zestiger, de zwevende zeventiger, twijfelende tachtiger. En als ik het haal, word ik een nou-weet-ik-het negentiger.

tornado-572504_1280

 

Ik ben goed genoeg
In mijn notitie-app had ik een tijdje terug al dit opgetypt: ik ben goed genoeg. Als reminder voor mezelf dat ik hieraan best een stukkie kon wijden, met name geïnspireerd door het boek dat ik nu lees De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown (aanrader!).
Hoe makkelijk je dat zinnetje opschrijft, hoe moeilijk is het om het ook echt zo te voelen.
Want de dag zit vol momenten waarop ik twijfel. In de werksfeer (waarom moest ik nu zo nodig uitdrukkelijk aangeven dat ik dat hele traject wel wil begeleiden) maar vooral ook in de privésfeer. Er is een continue clash tussen mijn ideaalbeeld (de perfecte werknemer, de perfecte moeder) en de realiteit.

Wervelstorm
In theorie heb ik het al helemaal uitgedacht: ik ga mijn liefste dochter in alle rust steunen in dat moment waar ze zo bang voor is, dat haar andere voortand eruit gaat. De tand in kwestie hangt letterlijk nog aan één fliebertje vast, maar valt er maar niet uit. En dochterlief is als de dood voor bloed, wil de tand er niet uit (want bang voor bakken bloed), maar wil de tand er wel uit, want stel je voor dat het op school gebeurd. En waar we eerst in alle rust samen proberen de tand er uit te trekken en ze me telkens toch weer tegenhoudt, glijden we via een zeer ontvlambare mengeling van kindertegendraadsheid, eigenwijsheid, irrationele angst en moederlijk onvermogen in een wervelstorm. Einde van het liedje: dochter en moeder beiden in alle staten, zoonlief boos dat niemand nog gezellig doet en de tand zit er nog in. En ik ben boos op mezelf dat ik niet in staat was dit tij te keren en het tot een goed einde te brengen. Terwijl ik terugloop van de school waar ik dochterlief nog enigszins bedremmeld bij de juf heb achtergelaten, zie ik de verschillende trauma’s waarmee ik haar eigenhandig heb opgezadeld al voor me. Ik kan alvast wel sparen voor de therapie die ze ongetwijfeld straks nodig heeft..

De stilte erna
De hele morgen ben ik alleen nog maar daar mee bezig, en twijfel ik voortdurend aan mezelf als moeder. Verschillende scenario’s doorloop ik, allemaal beginnend met een van de zinnen: Had ik niet beter…, misschien was zus.., voortaan doe ik…

In de lunchpauze ga ik nog even kijken op school, hoe het met haar en haar tand is.
Verbaasd kijkt ze me aan. “Wat kom jij nou doen?” Van de wervelstorm is niks meer te merken en giechelend gaat ze bij een vriendinnetje aan tafel staan, en heeft het veel te druk met alles en iedereen om nog aandacht voor haar moeder te hebben. En terecht.
De storm is gaan liggen, en geen stormschade te bekennen.

Goed genoeg is goed genoeg
En dat is wat ik mezelf moet blijven leren: ik ben goed genoeg. Het hoeft niet allemaal, sterker nog, het kan niet allemaal perfect. Ik ben goed genoeg. Goed genoeg is ook oké. Moeilijk hoor. En een enorme uitdaging. Maar de zon schijnt, dochterlief is blij en vrolijk (met tand nog steeds) en ik ben best een leuke moeder. Meestal dan.