Wanneer ik de zaal betreed, kijkt hij me vanaf het grootste scherm indringend aan, in zwart/ wit. Hij is gefilmd terwijl hij in de camera kijkt en verder niks doet.
Kijken. Alleen maar kijken. En ik kijk terug.

Ik loop door, naar andere beelden die geprojecteerd worden. Ik zie hoe hij stoeit met, ik denk, zijn broer. Het valt me op hoe sterk hij oogt, terwijl zijn torso toch zo ielig is. Ik tel z’n ribben.

Ik stap de aangrenzende ruimte in en de vele foto’s van deze doodgewone, bijzondere jongen overvallen. En dan schiet ik vol. Eerst heb ik geen idee waarom, ik ben nog nooit volgeschoten van foto’s.
Het zijn mooie zwart/ wit foto’s van een jongen die heel gewoon is. En ook absoluut niet. Ik kijk en kijk, en snap waarom fotografe Robin de Puy door deze jongen werd geraakt. Ze heeft hem meerdere keren voor langere tijd en hem gefotografeerd. En een band met hem ontwikkeld. En dat zie je in de portretten.

Je ziet hoe kwetsbaar en toch ook sterk dit jochie van pak-m-beet 14 jaar is. Met z’n uitstekende oren, zijn piekige haar (dat vast een beetje rossig is) en die schitterende sproeten. Met een blik in de ogen van generaties armoede, maar ook ‘wie doet me wat’. Ogen waarin de ondeugd glimt, de verwondering, vertroebeld met een zweem eeuwenoude droeve wijsheid.
En met die blik, waarmee hij mij vanaf deze prachtige foto’s aankijkt, kijkt Randy in mijn ziel. Daarom schiet ik vol.

Ga hem zien, deze Randy. Ga naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht en zie hem zelf. En sluit ‘m in je hart.
Je moet wel snel zijn, want deze fototentoonstelling loopt maar tot en met 13 mei.

Maarten van Rossem (nee, niet die ouwe brompot), filmmaker en regisseur heeft tijdens de roadtrip van Robin de Puy ook schitterend materiaal gefilmd van Randy.

 

 

 

 

slaap kind overgave

 

Samen liggen we in de tentcabine van de vouwwagen. Jij ligt op je buik je allerfavorietste filmpjes te kijken. Het ritueel voor het slapen gaan. Pyjamaatje aan, tandjes poetsen, filmpje kijken, boekje lezen. Slapen maar.
Maar vandaag was een vermoeiende dag voor een klein mannetje. Je was al moe van alles: kamperen, doorkomende kies, speeltuin en strand. Voorbereid op dat je in de auto al naar dromenland zou vertrekken, hadden we je je pyjama al aangedaan.
Jij trekt je echter, in al je driejarige eigenzinnigheid, niet veel van onze verwachtingen aan.

En dus liggen we nu samen een filmpje te kijken. Filmpje is afgelopen, en zonder morren ga je liggen, nestel je je op je zij met je knuffels bij de hand. Druk sabbelend op je speen.
Ik blijf naast je liggen en kijk naar je. Ik kijk naar hoe je strijdt met de slaap. Je ogen draaien weg en de luikjes vallen toe. Maar hop, een halve seconde later zijn je ogen weer open, want je wilt er niet aan toegeven. Zoveel te zien en te beleven.
Niks wil je missen want daar is het toch voor. Een heel universum om te ontdekken.
Met je vingertjes frummel je aan je knuffeldoekje. De slaap trekt aan je oogleden en even geef je toe. Het heerlijke niets zien met je ogen dicht. De warme geur van slaap zit al in je dekbed.
Het is van korte duur. Je spert je blauwe kijkers weer wijd open, want er valt buiten nog naar paardjes en tractors te kijken, in het zand te spelen, op je te grote laarsjes door de modderplassen te banjeren.

Ik zie je slaapstrijd. Je bent voorbij doodop en toch weiger je los te laten. Je kunt je nog niet overgeven aan het zachte leeg van de slaap. Uiteindelijk wint de slaap. Nog een paar keer gaan je oogjes open, maar je blik is al in dromenland.

Slaap lekker, lief, stoer onderzoekend mannetje. Slaap maar goed en diep.
Wel morgen gezond weer op.

woorden uit de mond

Even over de woordjes van onze peuter. Onze kleine man begint nu in een verwonderenswaardig tempo te praten. En ik sta erbij, kijk ernaar en ben diep onder de indruk van de menselijke geest en hoe taalontwikking gaat. En hoe grappig het is, en hoe er absoluut een woordenboek annex vertaling bij moet voor anderen. Want ja, alleen wij verstaan op dit moment wat hij bedoelt, zoals iedere ouder alleen de codetaal van zijn eigen peuter kan ontcijferen. De taal van andere koters is ook voor ons hetzelfde als Fins. Niet te verstaan of te begrijpen dus.
Dit zijn de 7 woordjes die ons mannetje nu veel gebruikt, en waarbij wij nog steeds smelten (al is bij nummertje 7 de lol er nu wel af).

1 Eppele
Wordt in twee betekenissen gebruikt: om iets te hebben, zelf vast te willen houden, maar vooral om aan te geven dat er assistentie nodig is. Help.

2 Oochenteere
Nog een keertje (tot in den treure).

3 Opblaaze
Nee, geen terroristje in de dop. Gewoon een fascinatie voor blazen, in alle vormen. Blazen op onze koffie / soep / eten om het af te laten koelen. Bellen blazen. Kaarsjes uitblazen. Zakjes open blazen. Ballonnen etc.

4 Klaavoo
Met z’n hoofdje scheef, kijkt hij je vragend aan wanneer hij achter op de fiets zit. Ja hoor, bink, ik ben er klaar voor om lekker met jou te gaan fietsen.

5 Boeleesse
Het liefst over een tractor (met plaatjes), maar Dikkie Dik, Woezel en Pip en beestenboekjes doen het ook goed.

6 Koekie
Alles wat lekker is.

7 Neeheej
Hij is twee. En dus zegt ie… Hij kijkt je recht aan, buigt een beetje naar je toe, en zegt luid en duidelijk (in twee, soms drie lettergrepen) neeheej!

 

Meeuwen op wacht

 

Miljoenen diamantjes schitteren op het oppervlak door de zonnestralen. Ik loop vastberaden op het water af. Vlak voor de branding sta ik stil. Ik wacht tot het eerste uitgerolde golfje over m’n voeten spoelt. De haartjes op m’n armen schieten acuut in de houding. Toch nog best koud.
Ik loop door, blik vooruit op de golven die van zee aan komen rollen en langzaam groeien tot indrukwekkende hoogte voor ze breken in een prachtige witte kraag. Links en rechts van me wordt druk geoefend met golfsurfen. Jong grut in hippe wetsuits proberen al glijdend op een golf overeind te komen op de plank. Is best moeilijk, zo te zien.
Het water staat nu tot m’n middel en dit is het moment. Het moment van twijfel omdat het toch wel echt heel koud is, en alles in m’n lijf schreeuwt “brrr” en “veel te koud” en “kom, mooi geweest, lekker terug naar de handdoek”.
Ik sta stil, en wacht, bij elke golf komt een rilling, ik hap naar adem en m’n voeten starten al de loop terug naar het strand. Dan roept ze. Dat kleine, witblonde meisje in alleen een zwembroekje. Ze springt en duikt in de golven en zwaait met twee armen naar me. “Kom nou! Het is echt lekker, helemaal niet koud! En de golven zijn zo leuk, kom op!” Ze heeft zo’n aanstekelijke pret in haar golvenspel, dat ik niet kan achterblijven. Ik haal diep adem, houd ‘m in en duik in een golf. De stilte onder water is onvoorstelbaar. Geen joelende kinderen, schreeuwende meeuwen, suizende wind. Adembenemend stil. Ik zwem onder water door. De kou trekt weg en maakt plaats voor hartverwarmende tintelingen. Ik kom happend naar adem boven. En ik ben bij dat witblonde meisje, dat met het allergrootste plezier in een golf duikt en zich mee laat drijven op het schuim.

Ik ben haar.