Midden jaren tachtig

School is uit, en na de dag even doorgekletst te hebben met vriendinnen, pak ik m’n spullen en loop naar huis. Straat oversteken, stukje rechts en dan weer meteen weer links de straat in. Ik loop de oprit en vervolgens het kleine padje op en dan de hoek om naar de achterdeur. Ik werp een blik door het keukenraam, en weet genoeg. Even terug, het schuurtje in, de huissleutel pakken in de oven van het speelgoedkeukentje. Ik open de voordeur en vind in de keuken ligt een kladblokblaadje met daarop maar een paar woordjes.
“Even om boodschappen. Zo terug. xxx mama”
Geschreven in het mij zo bekende, kleine sierlijke handschrift dat ik tot ik een jaar of tien was, echt niet kon ontcijferen.
Ik ben een jaar of veertien, maar voel me stoer en bijna volwassen. Alleen thuis. Ik doe mijn jas uit en zet alvast de koffie aan.

Mei 2017

Het is vakantie. Onze kleine prinses ligt nog lekker te slapen en de kleine man is al naar de kinderopvang gebracht. Ik wil haar niet wakker maken, maar de hond moet wel echt een plasje doen. Met z’n zieke pootje kan hij niet ver lopen, maar hij moet ontzettend nodig, ik zie het aan hem. Ik had al met de kleine prinses afgesproken dat ze lekker mocht uitslapen, maar dat het kon zijn dat ik even er niet was, wanneer ze beneden kwam. Ze is al zeven, en kan al prima eventjes alleen zijn. Ze kent de afspraken: nergens aankomen, geen domme dingen en voor niemand de deur opendoen.
Ik pak een papiertje, een stift en krabbel snel een kattebelletje:

 

kattebelletje mama

 

En dan val ik even stil.
Voor het eerst schrijf ik een briefje aan m’n dochter, en onderteken ik met mama.
Ik heb tot nu toe nog nooit iets ondertekend met mama. Ik vind het een bijzonder moment, ik voel me ook in elke zenuwcel mama. Tegelijkertijd stel ik me ook voor hoe het voor haar zal zijn om beneden te komen en dit briefje te vinden. Ze wordt al zo groot en voelt zich ook heel groot en stoer. Even alleen thuis mogen blijven verhoogt de feestvreugde nog meer natuurlijk. Wat zou ik graag stiekem om een hoekje kijken.

Tien minuutjes later kom ik terug. Briefje ligt er nog, prinses ligt te ronken. Jammer.
Maar ik gloei nog een steeds een beetje na van het met ‘mama’ ondertekenen.

ik roer in de soep
smeer een boterham
roer luidruchtig in mijn koffie en hoor
je bent er bij

ik knip met mijn vingers de kruimels eraf
ruim bord af naar het aanrecht
zonder kruisen van messen en voel
je bent er bij

ik snuif buiten vers gemaaid groen
houd mijn kraag met een hand dicht
de vogels jagen de wolken weg en ik weet
je bent er bij

de avond ligt op mijn schouders
met het smeren van pasta op de borstel
kijk ik mezelf diep in de ogen aan
jij bent nu mij

 

Dit gedicht is geschreven ter gelegenheid van de tweede Troostdag die zondag 5 februari 2017 plaats vond in ’t Westlicht in Goes, georganiseerd door Monique Dommanschet Uitvaartbezieling.

Het gepiep van stiften op papier
Meer hoor ik niet
Ik kijk
Lijnen, vlakken, bloemen, dieren
Het papier vult zich met kleur
Bij allebei
Samen zitten ze aan de tafel
Voorover gebogen, geconcentreerd
De kleurmeisjes vullen samen hun wereld met kleur
De een met grote halen
De ander op de millimeter
Het kinderlijk plezier spat in groene, gele, rode, blauwe vonken van hen af
Niet bezig met wat morgen zal
Want niet wetend
Niet bezig met wat gisteren was
Want vergeten
De tekeningen zijn af en trots tonen de kleurmeisjes
Mij de kleur van het nu
Mijn kleurmeisjes
De ene een belofte van wie ze gaat worden
Een toekomst in full color
De andere een schim van wie ze was
Enkel een verleden in grijstinten
Maar beiden genietend in het moment
Ik kijk toe en lijst dit stilleven in
En hang het in mijn museum van de liefde

Meeuwen op wacht

 

Miljoenen diamantjes schitteren op het oppervlak door de zonnestralen. Ik loop vastberaden op het water af. Vlak voor de branding sta ik stil. Ik wacht tot het eerste uitgerolde golfje over m’n voeten spoelt. De haartjes op m’n armen schieten acuut in de houding. Toch nog best koud.
Ik loop door, blik vooruit op de golven die van zee aan komen rollen en langzaam groeien tot indrukwekkende hoogte voor ze breken in een prachtige witte kraag. Links en rechts van me wordt druk geoefend met golfsurfen. Jong grut in hippe wetsuits proberen al glijdend op een golf overeind te komen op de plank. Is best moeilijk, zo te zien.
Het water staat nu tot m’n middel en dit is het moment. Het moment van twijfel omdat het toch wel echt heel koud is, en alles in m’n lijf schreeuwt “brrr” en “veel te koud” en “kom, mooi geweest, lekker terug naar de handdoek”.
Ik sta stil, en wacht, bij elke golf komt een rilling, ik hap naar adem en m’n voeten starten al de loop terug naar het strand. Dan roept ze. Dat kleine, witblonde meisje in alleen een zwembroekje. Ze springt en duikt in de golven en zwaait met twee armen naar me. “Kom nou! Het is echt lekker, helemaal niet koud! En de golven zijn zo leuk, kom op!” Ze heeft zo’n aanstekelijke pret in haar golvenspel, dat ik niet kan achterblijven. Ik haal diep adem, houd ‘m in en duik in een golf. De stilte onder water is onvoorstelbaar. Geen joelende kinderen, schreeuwende meeuwen, suizende wind. Adembenemend stil. Ik zwem onder water door. De kou trekt weg en maakt plaats voor hartverwarmende tintelingen. Ik kom happend naar adem boven. En ik ben bij dat witblonde meisje, dat met het allergrootste plezier in een golf duikt en zich mee laat drijven op het schuim.

Ik ben haar.