Voor m’n gevoel kijk ik naar een choreografie bedacht door de dames van het animatieteam hier ter plaatse.

Naar links, naar rechts
Naar voor, voor voor
Naar rechts, naar links
Naar voor, voor, voor

Het is een bloedserieuze aangelegenheid. Lang haar moet goed geborsteld worden.

Zwiep, hoofd naar links, borstel, borstel, borstel.
Zwaai, hoofd naar rechts, borstel, borstel. Overeind, schud, schud.

Als het in slow motion was, had een Andrélon reclame kunnen zijn. Ik gniffel en verbaas me over de gewichtigheid waarmee onze zevenjarige dochter haar halflange blonde haren borstelt: als een volleerd model. Ik heb altijd kort haar gehad, en heb dus geen idee wat lang haar allemaal met zich mee brengt.
“Zit er nu meer volume in?”, vraagt ze me. Ze meent het echt.
“Enorm veel volume”, zeg ik en m’n hart loopt over.

Meeuwen op wacht

 

Miljoenen diamantjes schitteren op het oppervlak door de zonnestralen. Ik loop vastberaden op het water af. Vlak voor de branding sta ik stil. Ik wacht tot het eerste uitgerolde golfje over m’n voeten spoelt. De haartjes op m’n armen schieten acuut in de houding. Toch nog best koud.
Ik loop door, blik vooruit op de golven die van zee aan komen rollen en langzaam groeien tot indrukwekkende hoogte voor ze breken in een prachtige witte kraag. Links en rechts van me wordt druk geoefend met golfsurfen. Jong grut in hippe wetsuits proberen al glijdend op een golf overeind te komen op de plank. Is best moeilijk, zo te zien.
Het water staat nu tot m’n middel en dit is het moment. Het moment van twijfel omdat het toch wel echt heel koud is, en alles in m’n lijf schreeuwt “brrr” en “veel te koud” en “kom, mooi geweest, lekker terug naar de handdoek”.
Ik sta stil, en wacht, bij elke golf komt een rilling, ik hap naar adem en m’n voeten starten al de loop terug naar het strand. Dan roept ze. Dat kleine, witblonde meisje in alleen een zwembroekje. Ze springt en duikt in de golven en zwaait met twee armen naar me. “Kom nou! Het is echt lekker, helemaal niet koud! En de golven zijn zo leuk, kom op!” Ze heeft zo’n aanstekelijke pret in haar golvenspel, dat ik niet kan achterblijven. Ik haal diep adem, houd ‘m in en duik in een golf. De stilte onder water is onvoorstelbaar. Geen joelende kinderen, schreeuwende meeuwen, suizende wind. Adembenemend stil. Ik zwem onder water door. De kou trekt weg en maakt plaats voor hartverwarmende tintelingen. Ik kom happend naar adem boven. En ik ben bij dat witblonde meisje, dat met het allergrootste plezier in een golf duikt en zich mee laat drijven op het schuim.

Ik ben haar.

image

 

Waarom staat deze strijkplank hier? In dit steegje bij mij om de hoek, niet meteen in de buurt van een huis. Dat vraag ik me dan af, als ik zoiets zie. Een strijkplank, nonchalant leunend tegen een boom. Hij rust duidelijk niet uit van een inspannende wandeling.
Heeft de eigenaar alleen nog maar kreukvrije kleren gekocht?
Is de plank vervangen door een jonger, mooier en praktischer model? Of is de strijkplank tijdens de wekelijkse strijkbeurt spontaan ingeklapt en heeft hij zo baasje ernstig verwond, waardoor deze uit pure woede de plank hier heeft gedumpt?
Misschien wil degene die de strijkplank daar zo doelbewust en opzettelijk heeft neergezet, in het vervolg een briefje erop plakken met het waarom. Scheelt mij weer een dag lang me van alles afvragen.

Ik ben geen rouwtherapeut. Wanneer je googled, kom je meer dan genoeg sites tegen, met tips over hoe je met rouwende mensen moet omgaan. Allemaal verantwoorde, soms wetenschappelijk bewezen tips.
Ik heb ook 7 tips voor je, die je kunnen helpen in het omgaan met een vriend in rouw. Deze zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar gewoon, uit eigen ervaring:

Praat, Kook, Voel, Help, Lach, Huil en Knuffelen

(Voor de oplettende lezer: jazeker, ik heb me laten inspireren door de klassieker van Ramses Shaffy)

1. Praat
Het is belangrijk dat je contact blijft maken met je vriend*. Ga het niet uit de weg. Praat, begin een gesprek. En dat is natuurlijk moeilijk, want wat moet je zeggen? Vragen hoe het gaat, kun je beter niet doen. Ik vond dat de moeilijkste vraag die me werd gesteld: hoe gaat het? Wat moest ik antwoorden?
Wat ik wel prettig vond, was wanneer mijn gesprekspartner eerlijk aangaf dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Er ontstond dan toch vanzelf een gesprek.
Toon eenvoudigweg belangstelling, vraag naar hoe het is gegaan, of het afscheid mooi was. Vraag ook eens na een aantal maanden of een jaar hoe het gaat.

2. Kook
Kook een pan soep, bak een brood, een cake, maak een hartige taart. Wanneer je net een dierbare bent verloren, staat alles stil en zijn er veel alledaagse dingen die er niet zo toe doen. Eten koken wordt een opgave. Ik kreeg na het overlijden van mijn vader een enorme bak soep van een vriendin. Hoefde ik even niet met koken bezig te zijn.
En samen eten, dat is heel troostrijk. Nodig je vriend uit voor een eenvoudige maaltijd.

3. Voel
Voel mee. En volg je gevoel. Wil je een kaart sturen of een brief? Doen. Na het overlijden van onze beide ouders, ontvingen mijn zussen en ik veel kaarten. Ik heb die de eerste tijd nog vaak nagelezen.
Het doet ontzettend goed om te zien en te lezen dat mensen meeleven. Facebookberichten en Whatsappjes zijn ook fijn, maar vluchtiger. Ik vond het heel bijzonder dat iemand de moeite nam een kaart te kopen, een tekstje erop te schrijven en me die te sturen, om mij te laten weten dat hij meeleefde.

4. Help
Er zijn vaak zoveel praktische zaken te regelen na een overlijden. Bied je vriend een helpende hand, met het opzeggen van post, het leeghalen van het huis, het bijhouden van de tuin, het uitlaten van de hond. En ook al slaat je vriend het af, vraag het nog eens. En blijf aanbieden, vragen, bellen, mailen. Ik heb echt ervaren dat fijn is, maar ook nodig is. Sommige vrienden zeiden: “Als er iets is, als we iets kunnen doen, moet je gewoon bellen, hoor.” Ik belde niet. De drempel van hulp vragen was te hoog is.

5. Lach
Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat het een en al vrolijkheid moet worden. Er is veel verdriet wanneer je vriend een dierbare is verloren. Maar er zijn ook mooie, vrolijke herinneringen aan de overledene. Deel die herinneringen, haal de anekdotes op, de grappen, de typische uitdrukkingen. Er mag heus gelachen worden, lachen doet ook in periodes van verdriet goed.

6. Huil
Wat onder 5. staat, geldt ook voor deze tip. Laat je emoties zien. Misschien was de overledene ook een dierbare van jou. Samen huilen en verdriet hebben, dat geeft ook weer troost en kracht.

7. Knuffelen
De belangrijkste tip van allemaal. Pak degene die in rouw is vast, knuffel, raak aan, geef een bemoedigende klop op de schouder: alles wat past bij jouw oprechte gevoel en wat past bij de ander, doe het.

De bovenstaande tips zijn uiteraard geen wetten van Meden en Perzen. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar hopelijk biedt het je wat handvatten voor wanneer je in een dergelijke situatie komt. Ik was in ieder geval heel erg blij met iedereen om me heen die een of meerdere tips in praktijk bracht. Het heeft me veel steun gegeven.

* Uiteraard wordt met vriend ook een vriendin bedoeld. En graag ook zij lezen als er hij staat.

 

kaarsen Alpe d'HuZes (c) Patricia de Kort

kaarsen Alpe d’HuZes (c) Patricia de Kort

 

 

dias0170 - versie 2

 

De aanblik van al die jonge, afstuderende talenten maakte me melancholisch. Zij staan op de drempel van een nieuw leven, waarin nog zoveel meegemaakt moet en zal worden. Liefde, geluk, ziekte, verdriet, succes. Zij gaan zichzelf nog leren kennen, ontdekken, plannen maken, mislukken, slagen, alles.

Ik benijd ze,  omdat alles nog open ligt.
Ik benijd ze niet, omdat alles nog open ligt.

En ik denk na over wie ik ben: op de drempel van 45 jaar, op de drempel van de tweede helft van m’n leven. En ook de tweede helft zal bijzonder en mooi en verdrietig en alles worden. En nu leg ik het vast.

Welkom op mijn blog. Hier gaat het over de doodgewone dingen van het leven: liefde, dood en alles er tussen in.

Het moment dat mijn vader stierf, was intens verdrietig, maar ook een van de meest bijzondere dingen die ik tot dan toe had meegemaakt. Het was me gegund om mijn vader, samen met mijn twee zussen, tot het allerlaatste moment te begeleiden. En daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Niet iedereen is in de gelegenheid om op dat laatste moment bij zijn of haar dierbare te zijn.

Hij was bij mijn geboorte, ik bij zijn sterven. De cirkel was rond. Maar wat deed het pijn. Het verdriet was zo enorm, dat het zich niet alleen uitte in veel huilen, maar ook fysieke pijn. De dagen erna werd ik zo overspoeld door verschillende facetten van rouw, dat ik alle grip kwijt leek te raken. Ik voelde me dobberen op een klein vlotje in een enorme woeste wildwaterbaan. De stille en onvoorwaardelijke steun van de Liefste Vrouw was een baken, en ook de kinderen hielden het land in zicht.

Lezen, lezen en nog eens lezen. Ik verslond alle boeken over rouwverwerking die ik in de bieb kon vinden. Met name het boek “Leven zonder ouders” van Daan Westerink was een boek dat me goed deed. Het gaf troost om te lezen hoe anderen woorden gaven aan hun gevoel, dat deels ook mijn gevoel was.

Op straat keek ik naar andere mensen en vroeg me af of zij beide ouders nog hadden, of ook dit verdriet al hadden moeten doormaken. Het voelde alsof alle mensen in te delen in twee groepen: zij die beide ouders nog hadden en zij die al afscheid hadden moeten nemen van één of beide ouders. Ineens was ik, op die 24e augustus, bij de laatste groep gaan horen. Half wees was ik. En ik voelde in m’n lijf dat ik veranderd was.