Mijn eigen glazen huis

Het was een zonnige dag, en ik weet nog dat ik dat zo raar vond. Dat de zon scheen. Een vrouw stopte iets in haar fietstas, stapte op en fietste weg, terwijl een taxi juist kwam aanrijden. Flarden van een gesprek ving ik op, over een cadeautje kopen voor Kees en iets met eerst nog naar de kapper. Er was overal beweging. Maar mijn wereld stond stil, stiller dan mijn papa die net was overleden. Het voelde alsof ik in een glazen huis stond, waar alles, maar dan ook alles tot stilstand was gekomen. En buiten het huis draaide de wereld door. Ik nam het leven van alledag waar, zag het draaien van de wereld en voelde me alsof ik een parallel tijdsgewricht was gekomen.

De glazen huizen om mij heen

Dagelijks passeer ik wel het raam van zo’n glazen huis. Ik ben dan die vrouw op de fiets. Ik sta aan de bewegende wereld-kant. Bij veel glazen huizen sta ik niet of nauwelijks stil. Dat is niet uit onverschilligheid, maar niet ieder glazen huis is duidelijk zichtbaar. Soms passeer ik een huis waar ik wel een glimp van de binnenkant kan opvangen. Die huizen maken indruk.
Het huis van de moeder wiens dochter na een zoektocht van 13 dagen is gevonden.
Het huis van de kinderen van de geliefde burgervader, die het leven los moest laten.
Het besef dat voor hen de wereld stil staat, dat verdriet en pijn even alle kleur uit de omgeving weghaalt, maakt dat ik zelf weer even extra van mijn eigen kinderen en lief, de hond en de herfstwereld geniet.

Tegen de ruit van dat ene glazen huis

Een berichtje op mijn telefoon zet mij neer voor het glazen huis van een dierbare vriendin.
Haar stilstaande wereld trekt de mijne mee in een vertraging. Haar verdriet, ongeloof en pijn doen de herfstkleuren aan mijn zijde van het raam verbleken. Ik kijk door het raam naar binnen en voel bijna fysiek hoe haar wereld stil staat. En dat van de kinderen, zijn ouders, zijn familie.
Maar terwijl ik mijn betraande gezicht tegen het glas druk, voel ik dat mijn wereld, heel langzaam, weer in beweging komt.Onze zoon zegt iets grappigs, een borrel waar we heen gaan, een stedentripje al lang geleden geboekt.
Ik lach om goede grappen, ik kijk vol spanning naar de finale van Penoza, er is werk op het werk dat moet gedaan. Mijn wereld versnelt en draait alweer op het reguliere tempo mee.
Maar er staat nog steeds een wereld stil achter dat raam. En ik probeer mijn wereld een beetje minder hard te laten draaien, ik voel me schuldig dat mijn wereld niet stil staat, terwijl ik ook weet dat dat is hoe het leven is. Als in een draaimolen komt haar raam vaak voorbij, gelukkig, en soms kan ik haar door het raam heen even vasthouden. Mijn wereld moet draaien, zodat ik haar kan steunen met de hare op termijn weer op gang te krijgen.

De magnolia achterin de tuin verliest zijn blad. Ik geniet van de kleur die het mijn tuin geeft.

liefde op papier

 

Je loopt al zeker vier dagen rond met het plan. Dit is de manier.
Gisteren bij gym, toen jullie per ongeluk tegen elkaar botsten, had ze je even in je ogen gekeken. Eén seconde lang was de eeuwigheid een feit. De eerste keer dat het contact van beide kanten kwam.
Dat je tijdens Duits haar nekhaartjes telt, bij de lunchpauze vecht om een plekje op armlengte van haar te vinden, dat jouw jas altijd naast die van haar hangt.. Ze had geen idee.
Tot nu.
Want na de gym, toen al je boeken en je appeltje uit je tas vielen omdat je de klep niet goed had dichtgedaan, had ze je appel opgeraapt, afgepoetst en aan je gegeven. Terwijl die stomme mutsen – haar vriendinnen – zich stonden te bescheuren. Ze lachte ook wel mee, dat wel, maar toch was het anders.
Dus straks gaat het gebeuren. Je kans is Geschiedenis. Daar zitten jullie naast elkaar. Tot in de details heb je het uitgedokterd.
Je pakt je proefwerkblaadje en begint te schrijven, op zo’n manier dat ze kan meekijken. Eerst schrijf je de twee keuzes, ja of nee. Dat prikkelt haar nieuwsgierigheid. En dan begin je langzaam de vraag te schrijven, ze heeft vast bij de eerste woorden al door wat je wilt vragen. Ze kijkt je aan en dan pakt ze langzaam je pen uit je hand, terwijl ze je blik niet los laat.
De vraag is nog niet af, maar met ferme streken kruist ze de ‘ja’ aan. En dan gaan jullie met elkaar.

Het liep toch net iets anders.

sushi geschiedenis doodgewone dingen

 

Eindelijk heeft de geschiedenis zich herhaald. Ik heb er lang op gewacht, heel lang. Maar nu heb ik mijn kans toch kunnen grijpen! Met twee handen. En het verbaast me hoe geweldig het was en hoe het me ook een beetje ontroert.

Terug in de tijd

Het jaartal durf ik niet meer te noemen, geen idee meer. Maar ik studeerde nog hier in Maastricht, dus het zal zo’n beetje 25 jaar geleden zijn. Ja, ik moet dat getal ook even tot me door laten dringen, hoor. Vijf-en-twintig jaar geleden dus.
Als student was ook ik zeer bekend met het fenomeen dat je aan het einde van je geld een stuk maand overhield. En boodschappen doen was telkens weer een grote uitdaging. Zie maar eens voedzaam rond te komen van de beperkte hoeveelheid guldens die we tot onze beschikking hadden. Op de Scharnerweg was toen al een grote Albert Heijn, en een studievriendinnetje woonde daar in de buurt, dus we gingen vaak boodschappen doen in die Appie.
Ook die bewuste dag.

Kassa

We hebben ons rondje gemaakt, en sluiten aan in een rij bij een van de kassa’s. We kletsen een end weg, en ons oog valt op de nieuwste introductie op ijs-gebied: Mars en Snickers-ijs. Al hardop denkend welke we dan vermoedelijk de lekkerste is, komen we ook hardop tot de conclusie dat deze ijsjes ons budget te boven gaan. De vrouw voor ons in de rij draait zich om: “Pak maar een doosje van welke jullie lekker vinden.”
“Nee, mevrouw, dat is lief hoor, maar dat hoeft niet.”
“Pak nou maar gewoon een doosje Snickers-ijsjes.”
Het gaat nog even heen en weer en dat zegt ze: “Ik hoop gewoon dat als mijn dochter later studeert, iemand dat ook voor haar doet. Dat, als ze eens een keertje in de winkel iets ziet wat ze graag zou willen, maar waarvoor ze het geld even niet heeft, iemand voor haar dat betaalt. Dus, ga nou maar zo’n doosje pakken. Ik betaal.”
We waren diep onder de indruk van haar genereuze gebaar. Omdat we bedanken in woorden onvoldoende vonden, kochten we een roos voor haar, als dank voor de ijsjes. Die roos was overigens duurder dan de ijsjes, maar goed. We hebben genoten van die ijsjes, en van het verhaal dat we beiden, keer op keer, vertelden.

History repeated

Begin deze middag ren ik even dezelfde, inmiddels volledig verbouwde en opgepimpte Albert Heijn binnen om snel wat kleine boodschappen te doen. Bij de Daily Fresh Sushi wordt me een té lekker hapje aangeboden, waardoor ik wel een heel schaaltje moet kopen. “Zo lekker, deze”, zeg ik hardop tegen mezelf en pak een doosje. “Ja”, zegt het meisje naast me terwijl zij naar haar sushidoosje kijkt, “maar niet verstandig voor een studentenbudget.”
Dit is het.
Dit is het moment waarop ik al die jaren heb gewacht. Zo vaak heb ik geluisterd naar studenten voor of achter me in de rij, om de kans te grijpen hetzelfde te doen wat die mevrouw voor me deed, maar het gebeurde nooit. Studenten leken geen beperkt budget meer te hebben, in ieder geval werd het niet uitgesproken. Tot nu, dit moment.
Het meisje kijkt me eerst verschrikt en misschien zelfs een beetje wantrouwig aan. Wat zegt deze mevrouw nou? “Nee hoor, mevrouw, dat is heel lief, maar dat hoeft echt niet.” Ik vertel haar mijn verhaal van de ijsjes. En dat ik al jaren, sinds ik een fatsoenlijk salaris heb, wacht op dat ene moment om voor een student iets te kopen wat ze lekker vindt. Ze geeft haar weerstand op, maar weet niet goed wat ze moet. Ik bevestig nog een keer dat het oké is, dat ik betaal en dat ze lekker met haar huisgenoten van de sushi moet genieten. En, heel belangrijk, dat zij, later wanneer zij het kan, hetzelfde moet doen voor een student dan.

Wat een bijzonder moment. Niet alleen vanwege het zo onverwacht iets doen voor iemand anders, maar ook het ervaren van een goede geschiedenis die zich herhaalt. Een kleine schakel te zijn in de tijd.
Mijn sushi zal vanavond dubbel zo lekker smaken, ik hoop dat de hare al op is.

als ik niet meer
weet jij dan nog
wel van toen en
die keer

als ik niet meer
woorden weet jij nog
wel van liefde en
houden van
stevig vast

als ik niet meer
wil jij mij dan
de weg nog
wijzen naar
huis

want deze nevel
zwelt aan tot
mist van niet meer

en zonder
jou
kan ik niet

ghost of writing past

De geest van ’t schrijvend verleden

Wonderlijk hoe je – wanneer je jezelf tegenkomt in het verleden – zo verrast kan worden door wat er toen al inzat. En dat je daar dan ook nog van kan leren. Beetje cryptisch misschien, maar ik zal het uitleggen.
Even ter inleiding:
Iets meer dan een jaar geleden, ben ik online gegaan met dit blog. Over het hoe en waarom heb ik toen kort al iets geschreven. Ik vind schrijven heel leuk en wil me er meer mee bezig houden en verder in bekwamen. Als kind en puber vond ik schrijven ook al fijn, deed ik dat ook regelmatig in schriftjes, boekjes en de schoolkrant.

Memories-doos

Ik kom uit een bewaarfamilie. Mijn ouders hadden de luxe van een enorme zolder en de beperking van niets kunnen loslaten. Dat blijkt behoorlijk erfelijk. Allerhande briefjes, kaartjes, snuisterijen, foto’s, knuffels uit lang verbleekte tijden heb ik zelf ook ooit in een boekendoos gestopt. In grote letters Memories op geschreven en ver weg op onze eigen zolder gezet.
Onze dochter is gezegend met een enorme interesse in de wereld en vooral in vroeger tijden. “Wil je over vroeger vertellen?” is een veelgestelde vraag. Toen zij van ons een Tina (over vroeger tijden gesproken)-agenda kreeg, viel mij in dat mijn oude schoolagenda ook in die Memories-doos moest zitten. Dochterlief wilde die maar wat graag zien, dus de zolder ontruimd om bij die doos te komen.

Schrijfsels in alle soorten

Doos naar beneden gezeuld, en open gemaakt. Samen met ons meisje, heb ik alles uit die doos bekeken. De agenda – volgeplakt met stickers, artiestenfoto’s, flauwe mopjes, briefjes, lesroosters en andere puberzaken – leverde grote hilariteit op. Ik werd terug naar het jaar 1987 gekatapulteerd, mijn dochter kwam niet meer bij vanwege de onzin die erin stond en het werk dat er ingestoken was.
Maar die agenda was niet enige ‘Andere tijden’ item dat in de doos zat. Ik vond vier dagboeken, twee ‘romans’ van verbazingwekkende omvang en één verzamelde gedichten-schrift. Kun je vertederd zijn door je vroegere zelf? Ik was het in ieder geval. Wat was het wonderlijk om te zien dat ik er toen al zo veel mee bezig was. Ik geloof niet dat het publiceerbaar materiaal is, maar wel van grote waarde. Vooral omdat het voor mij een enorme stimulans is om er mee door te gaan.

5 tips aan mezelf van ‘the ghost of writing past’

  1. Prioriteit geven aan schrijven
    De waan van alledag staat soms enorm in de weg, maar wanneer ik zelf niet heel bewust tijd inruim om te schrijven.. een ander doet het niet.
  2. Elke een paar woorden
    De afgelopen tijd heb ik met enige onregelmaat zogenaamde ochtendpagina’s geschreven: drie A4 vol schrijven met wat er ook maar in m’n hoofd opkomt. Heel meditatief en wonderlijk wat er dan zoal op papier komt. Inspiratie genoeg.
  3. Ideeën beter bijhouden
    Meestal valt een idee voor een blogpost me in op de raarste momenten. Ik denk dan vaak, ‘straks even opschrijven’ maar door alles wat er in ons drukke leven gebeurd, ben ik het daarna vaak al vergeten.
  4. Het is leuk om te schrijven
    De laatste tijd heb ik minder geblogd en de drempel om iets te posten wordt des te groter. Twijfel slaat toe, en er ontstaat een soort van moeten. En dan moet het ook nog perfect. Maar het hoeft niet perfect, het moet leuk blijven. Ik doe dit omdat ik lol heb in het schrijven. Net zoals ik vroeger al had.
  5. Lezen, lezen, lezen
    Lezen van boeken inspireert me ontzettend en daarbij is het een uitstekende leerschool. Computer uit en boek aan wordt het vanaf nu. Behalve wanneer ik ga bloggen natuurlijk

Voorwaarts, schrijf!

Dus, beste bloglezers, ik ga ook komend jaar (en de jaren daarna) door met het regelmatig posten van schrijfsels en foto’s op dit blog. Afgelopen jaar heb ik als heel bijzonder en leerzaam ervaren, en het smaakt absoluut naar meer. Al ben ik nog zoekende naar wat ik precies wil met dit blog, het bloggen zelf scherpt mijn blik en pen, en ik leer er telkens weer van. Niet in de laatste plaats door jullie reacties. Grote dank daarom voor het volgen en lezen van mijn blog, en ik hoop dat jullie ook de komende blogposts kunnen waarderen. Ik wil jullie ook uitdrukkelijk uitnodigen om suggesties en opmerkingen te sturen, want daar kan ik alleen maar mijn voordeel mee doen. Ik kijk uit naar jullie reacties!

Vanmorgen trek ik z’n t-shirt uit en zeg dat hij die niet meer aan kan. Antwoordt hij

Is yoghurt, hè. Vies, moet in sienewas!

En het liefst zou hij ervoor gaan zitten en door het glas blijven kijken naar hoe de was draait en draait en draait.

Het was natuurlijk niet te missen, de afgelopen weken, want elke zender heeft er wel aandacht aan besteed. Het overlijden van Diana op 31 augustus 1997. En dat is alweer twintig jaar geleden.
Ik dacht terug aan het moment dat ik het hoorde. Op zich had ik niet specifiek veel met Diana, maar het bericht van haar verongelukken maakte toch behoorlijk indruk. Gisteren heb ik een documentaire gezien over die dagen na haar dood, en was vooral opnieuw ontroerd door haar twee zonen, die daar zo sterk en zo intens verdrietig achter de kist aanliepen.

Dit nummer van George Michael (ook al niet meer onder ons helaas) associeer ik altijd met de dood van Diana, omdat het in die tijd ook veel gedraaid werd. Maar in tegenstelling tot wat ik dacht, namelijk dat het voor haar geschreven was, heeft George Michael geschreven voor zijn geliefde Anselmo Feleppa, die een paar jaar eerder aan AIDS is overleden.
Hoe dan ook, het blijft een prachtig nummer van een even zo mooie cd (‘Older’). Je kunt het nummer luisteren op mijn Donderdags Deuntje playlist op Spotify.

Voor the people’s princess.

slaap kind overgave

 

Samen liggen we in de tentcabine van de vouwwagen. Jij ligt op je buik je allerfavorietste filmpjes te kijken. Het ritueel voor het slapen gaan. Pyjamaatje aan, tandjes poetsen, filmpje kijken, boekje lezen. Slapen maar.
Maar vandaag was een vermoeiende dag voor een klein mannetje. Je was al moe van alles: kamperen, doorkomende kies, speeltuin en strand. Voorbereid op dat je in de auto al naar dromenland zou vertrekken, hadden we je je pyjama al aangedaan.
Jij trekt je echter, in al je driejarige eigenzinnigheid, niet veel van onze verwachtingen aan.

En dus liggen we nu samen een filmpje te kijken. Filmpje is afgelopen, en zonder morren ga je liggen, nestel je je op je zij met je knuffels bij de hand. Druk sabbelend op je speen.
Ik blijf naast je liggen en kijk naar je. Ik kijk naar hoe je strijdt met de slaap. Je ogen draaien weg en de luikjes vallen toe. Maar hop, een halve seconde later zijn je ogen weer open, want je wilt er niet aan toegeven. Zoveel te zien en te beleven.
Niks wil je missen want daar is het toch voor. Een heel universum om te ontdekken.
Met je vingertjes frummel je aan je knuffeldoekje. De slaap trekt aan je oogleden en even geef je toe. Het heerlijke niets zien met je ogen dicht. De warme geur van slaap zit al in je dekbed.
Het is van korte duur. Je spert je blauwe kijkers weer wijd open, want er valt buiten nog naar paardjes en tractors te kijken, in het zand te spelen, op je te grote laarsjes door de modderplassen te banjeren.

Ik zie je slaapstrijd. Je bent voorbij doodop en toch weiger je los te laten. Je kunt je nog niet overgeven aan het zachte leeg van de slaap. Uiteindelijk wint de slaap. Nog een paar keer gaan je oogjes open, maar je blik is al in dromenland.

Slaap lekker, lief, stoer onderzoekend mannetje. Slaap maar goed en diep.
Wel morgen gezond weer op.

Speelgoedboek-ergernis

De voortekenen kunnen elk moment in de winkel liggen. De pepernoten kondigen de komst aan van wat ieder kinderhartje sneller doet kloppen: de speelgoedboeken die op de mat vallen!
En met de bons op de mat start ongetwijfeld ook mijn ergernis. Want al die boeken staan bol van de stereotype gender-typeringen. Jongens houden van auto’s, robot en ander stoer speelgoed. De meisjes spelen het liefst met roze, op het huishouden gelijkende dingen. Poppen zijn voor meisjes, autootjes voor jongens.

Boekenheldinnen

Maar zo werkt het in het echte leven niet. Gelukkig maar. Hoewel onze dochter een grote voorliefde heeft voor de kleur roze, speelt ze ook graag met Lego City. Qua vormgeving en styling toch duidelijk op de jongens geënt. Ze vraagt mij om bevestiging: “Ik mag daar als meisje toch ook gewoon mee spelen, toch? Want je mag spelen waar je mee wilt spelen. Toch mama?”
Wanneer je er op gaat letten, valt het steeds meer op. Zenders die vooral filmpjes van robots e.d. uitzenden, gebruiken slogans als ‘meer voor jongens’. Er zijn in boeken, films en tv-series ook maar al te vaak stereotiepe rolmodellen voor jongens en meisjes. Er zijn zeker boeken waarin een meisje de heldin is, op een gelijkwaardige manier (dus niet “stoer, ondanks dat ze een meisje is”), maar het gros van de boeken kent toch een mannelijke held. En dat terwijl het ook voor meiden belangrijk is om te zien dat vrouwen iets kunnen bereiken. Natuurlijk zijn er wel heldinnen, maar wanneer je erop let is het meisje in het verhaal toch vaak de side-kick van de jongen. Pipi is een beroemde uitzondering, en gelukkig zijn er meer. Maar je moet er actief naar op zoek. Het begint al met prentenboeken. Ook daar is vaak de hond, gorilla, dinosaurus, brandweerwagen of kleurpotlood mannelijk. Zo kan bij meisjes de veronderstelling erin sluipen dat mannen de norm zijn en vrouwen de uitzondering. Lees dit interessante artikel eens. Toch komt meer en meer het besef dat het ook voor meisjes belangrijk is om een zich te kunnen vereenzelvigen met de hoofdpersoon van het boek. Ik vind de boeken van Rebel Girls dan ook geweldig. In deze boeken staan verhaaltjes voor het slapen gaan over meer dan 100 bijzondere vrouwen.

Oranje heldinnen

Was ik daarom zondagmiddag zo ontroerd bij de EK finale van de Oranjeleeuwinnen? Ik zag, samen met de Liefste Vrouw, mijn meissie en m’n binkie 23 meisjesdromen uitkomen.
“Wat wil je later worden?” vroegen ze Van der Donk toen ze acht was. “Profvoetballer” antwoordde ze vastberaden. Er werd gelachen en gegrinnikt. Meisjes worden toch geen profvoetballer! Het bewijs is nu geleverd. Meisjes kunnen wel degelijk profvoetballer worden.

Meisjesdroom

De afgelopen weken is er al onnoemelijk veel van gevonden, over geschreven en over gediscussieerd. Over het vrouwenvoetbal. Daar gaat het mij nu even niet om. Voor mijn dochter is het nu heel gewoon dat je ook profvoetballer kan worden, en dat is te gek. Daarom raakte het mij zo, denk ik. Deze meiden zijn voor hun eigen droom blijven strijden, misschien zelfs lang tegen beter weten in. En dan maak je je droom waar met een EK titel en bouwt heel Nederland een feestje, voor de voetbalvrouwen. Dat vind ik mooi. Want voor veel meiden is dit weer een bewijs dat je ook als meisje kunt worden wat je wilt. De weg kan lang, hobbelig en hard werken zijn. Maar het kan! Je kunt profvoetballer worden, of profwielrenner. Astronaut, vrachtwagenchauffeur of kapper. In theorie kun je zelfs minister-president worden.

Eigen richting

Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen in de richting die bij haar of hem past. Als een jongen met meisjesspeelgoed wil spelen, moet dat evengoed kunnen als een meisje die met autootjes speelt. Al merk ik bij ons grut dat er al een natuurlijke voorliefde voor het een of ander is, die goed gevoed wordt door de stereotypen in de speelgoedindustrie. Daar doen we weinig aan. Maar zolang we ons er maar bewust van zijn, kunnen we ook proberen hier en daar een beetje bij te sturen.
Maar mijn dochter van bijna 8 zag hoe de Oranje Leeuwinnen kampioen werden, en het leek of haar dromen zelf ook vleugels kregen. En dat is belangrijk. En hartveroverend.