Ik ben geen rouwtherapeut. Wanneer je googled, kom je meer dan genoeg sites tegen, met tips over hoe je met rouwende mensen moet omgaan. Allemaal verantwoorde, soms wetenschappelijk bewezen tips.
Ik heb ook 7 tips voor je, die je kunnen helpen in het omgaan met een vriend in rouw. Deze zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar gewoon, uit eigen ervaring:

Praat, Kook, Voel, Help, Lach, Huil en Knuffelen

(Voor de oplettende lezer: jazeker, ik heb me laten inspireren door de klassieker van Ramses Shaffy)

1. Praat
Het is belangrijk dat je contact blijft maken met je vriend*. Ga het niet uit de weg. Praat, begin een gesprek. En dat is natuurlijk moeilijk, want wat moet je zeggen? Vragen hoe het gaat, kun je beter niet doen. Ik vond dat de moeilijkste vraag die me werd gesteld: hoe gaat het? Wat moest ik antwoorden?
Wat ik wel prettig vond, was wanneer mijn gesprekspartner eerlijk aangaf dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Er ontstond dan toch vanzelf een gesprek.
Toon eenvoudigweg belangstelling, vraag naar hoe het is gegaan, of het afscheid mooi was. Vraag ook eens na een aantal maanden of een jaar hoe het gaat.

2. Kook
Kook een pan soep, bak een brood, een cake, maak een hartige taart. Wanneer je net een dierbare bent verloren, staat alles stil en zijn er veel alledaagse dingen die er niet zo toe doen. Eten koken wordt een opgave. Ik kreeg na het overlijden van mijn vader een enorme bak soep van een vriendin. Hoefde ik even niet met koken bezig te zijn.
En samen eten, dat is heel troostrijk. Nodig je vriend uit voor een eenvoudige maaltijd.

3. Voel
Voel mee. En volg je gevoel. Wil je een kaart sturen of een brief? Doen. Na het overlijden van onze beide ouders, ontvingen mijn zussen en ik veel kaarten. Ik heb die de eerste tijd nog vaak nagelezen.
Het doet ontzettend goed om te zien en te lezen dat mensen meeleven. Facebookberichten en Whatsappjes zijn ook fijn, maar vluchtiger. Ik vond het heel bijzonder dat iemand de moeite nam een kaart te kopen, een tekstje erop te schrijven en me die te sturen, om mij te laten weten dat hij meeleefde.

4. Help
Er zijn vaak zoveel praktische zaken te regelen na een overlijden. Bied je vriend een helpende hand, met het opzeggen van post, het leeghalen van het huis, het bijhouden van de tuin, het uitlaten van de hond. En ook al slaat je vriend het af, vraag het nog eens. En blijf aanbieden, vragen, bellen, mailen. Ik heb echt ervaren dat fijn is, maar ook nodig is. Sommige vrienden zeiden: “Als er iets is, als we iets kunnen doen, moet je gewoon bellen, hoor.” Ik belde niet. De drempel van hulp vragen was te hoog is.

5. Lach
Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat het een en al vrolijkheid moet worden. Er is veel verdriet wanneer je vriend een dierbare is verloren. Maar er zijn ook mooie, vrolijke herinneringen aan de overledene. Deel die herinneringen, haal de anekdotes op, de grappen, de typische uitdrukkingen. Er mag heus gelachen worden, lachen doet ook in periodes van verdriet goed.

6. Huil
Wat onder 5. staat, geldt ook voor deze tip. Laat je emoties zien. Misschien was de overledene ook een dierbare van jou. Samen huilen en verdriet hebben, dat geeft ook weer troost en kracht.

7. Knuffelen
De belangrijkste tip van allemaal. Pak degene die in rouw is vast, knuffel, raak aan, geef een bemoedigende klop op de schouder: alles wat past bij jouw oprechte gevoel en wat past bij de ander, doe het.

De bovenstaande tips zijn uiteraard geen wetten van Meden en Perzen. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar hopelijk biedt het je wat handvatten voor wanneer je in een dergelijke situatie komt. Ik was in ieder geval heel erg blij met iedereen om me heen die een of meerdere tips in praktijk bracht. Het heeft me veel steun gegeven.

* Uiteraard wordt met vriend ook een vriendin bedoeld. En graag ook zij lezen als er hij staat.

 

kaarsen Alpe d'HuZes (c) Patricia de Kort

kaarsen Alpe d’HuZes (c) Patricia de Kort

 

 

dias0170 - versie 2

 

De aanblik van al die jonge, afstuderende talenten maakte me melancholisch. Zij staan op de drempel van een nieuw leven, waarin nog zoveel meegemaakt moet en zal worden. Liefde, geluk, ziekte, verdriet, succes. Zij gaan zichzelf nog leren kennen, ontdekken, plannen maken, mislukken, slagen, alles.

Ik benijd ze,  omdat alles nog open ligt.
Ik benijd ze niet, omdat alles nog open ligt.

En ik denk na over wie ik ben: op de drempel van 45 jaar, op de drempel van de tweede helft van m’n leven. En ook de tweede helft zal bijzonder en mooi en verdrietig en alles worden. En nu leg ik het vast.

Welkom op mijn blog. Hier gaat het over de doodgewone dingen van het leven: liefde, dood en alles er tussen in.

Het moment dat mijn vader stierf, was intens verdrietig, maar ook een van de meest bijzondere dingen die ik tot dan toe had meegemaakt. Het was me gegund om mijn vader, samen met mijn twee zussen, tot het allerlaatste moment te begeleiden. En daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Niet iedereen is in de gelegenheid om op dat laatste moment bij zijn of haar dierbare te zijn.

Hij was bij mijn geboorte, ik bij zijn sterven. De cirkel was rond. Maar wat deed het pijn. Het verdriet was zo enorm, dat het zich niet alleen uitte in veel huilen, maar ook fysieke pijn. De dagen erna werd ik zo overspoeld door verschillende facetten van rouw, dat ik alle grip kwijt leek te raken. Ik voelde me dobberen op een klein vlotje in een enorme woeste wildwaterbaan. De stille en onvoorwaardelijke steun van de Liefste Vrouw was een baken, en ook de kinderen hielden het land in zicht.

Lezen, lezen en nog eens lezen. Ik verslond alle boeken over rouwverwerking die ik in de bieb kon vinden. Met name het boek “Leven zonder ouders” van Daan Westerink was een boek dat me goed deed. Het gaf troost om te lezen hoe anderen woorden gaven aan hun gevoel, dat deels ook mijn gevoel was.

Op straat keek ik naar andere mensen en vroeg me af of zij beide ouders nog hadden, of ook dit verdriet al hadden moeten doormaken. Het voelde alsof alle mensen in te delen in twee groepen: zij die beide ouders nog hadden en zij die al afscheid hadden moeten nemen van één of beide ouders. Ineens was ik, op die 24e augustus, bij de laatste groep gaan horen. Half wees was ik. En ik voelde in m’n lijf dat ik veranderd was.