Eén gedicht dat ik je niet wil onthouden

Soms kruist een gedicht je pad, zomaar, en laat het je niet los. Een dierbare collega droeg dit gedicht voor, op een doordeweekse dag, tijdens het ochtendritueel op mijn werk van samen met collega’s koffie drinken. Het was een gedicht van Joke van Leeuwen, van wie ik onlangs, van diezelfde collega overigens, haar nieuwste gedichtenbundel had gekregen.

Wat me zo trof in dit gedicht is hoe je met taal een beeld kunt kleuren en zonder het toch specifiek te benoemen een gevoel kan oproepen. Joke van Leeuwen is daarin ongelofelijk goed, dat bewijst ook dit gedicht maar weer, dat ik jullie niet wilde onthouden.

 

Vier manieren om op iemand te wachten

1 Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn –
ook andersom is vergelijken.

2 Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen
en terug en toch weer naar de ramen,
omdat geluid zich buigt naar wat je
horen wilt, maar het niet is. Er danst
een stoet voorbij, verklede mensen die
iets onverstaanbaars juichen, van elkaar
goed weten hoe ze heten en te kijken
dansen dat je kijken moet.

3 Staand. Bij een ingang, uitgang waar je zei
dat, maar er zijn er drie, je weet niet meer
of die of deze. Van blijven staan komt
niemand tegen, maar met bewegen
wordt haast bereikt wat net verdween.
Zeker nog niet gezegd wie blijft en wie
beweegt en wie dan wie wanneer
en van hoe ver weer ziet.

4 Niet
—————————————–
Uit: ‘Vier manieren om op iemand te wachten’, 2001.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.