als ik niet meer
weet jij dan nog
wel van toen en
die keer

als ik niet meer
woorden weet jij nog
wel van liefde en
houden van
stevig vast

als ik niet meer
wil jij mij dan
de weg nog
wijzen naar
huis

want deze nevel
zwelt aan tot
mist van niet meer

en zonder
jou
kan ik niet

Opgedroogd

Ergens half februari gebeurde het. Ineens droogde mijn inspiratie voor stukjes schrijven op.
Dat gebeurt, zo gaan die dingen. Maar frustrerend is het wel, want ik wil zo graag mezelf houden aan mijn voornemen waarmee ik dit blog startte: elke week een stukkie, elke week een foto. Maar soms brengt het leven van alledag zoveel, dat op miraculeuze wijze alle energie voor extra bezigheden verdwijnt. Of eigenlijk is dat helemaal niet miraculeuze wijze: zorgen om anderen, minder slapen, drukte op het werk, een fijn maar druk gezinsleven maken dat mijn batterijtje soms ineens plat blijkt. Want helemaal opgelet had ik natuurlijk niet, het waarschuwingslicht stond toch al geruime tijd flink te knipperen. En het korte lontje had een teken aan de wand moeten zijn.

Ik (her)ken het patroon waarin ik dan schiet. In de overorganisatie, alles nog beter en meer willen doen en juist datgene waarmee ik mijn accu een beetje kan opladen (lezen, schrijven, foto’s maken) veeg ik zelf als eerste van tafel.

Geen tijd, geen tijd, hoezeer het mij ook spijt.

Konijn

Ik lijk verdacht veel op dat witte stresskonijn uit Alice in Wonderland. Mijn lief blijft rustig en ziet het aan, zegt regelmatig ‘rustig aan’, of ‘geen paniek’ of ‘doe nou eens even relaxed’, en door die spiegel zij me voorhoudt, ga ik helemaal in de turbo versnelling. Relativeringsvermogen verdwijnt als sneeuw voor de zon, waardoor alles nog belangrijker en zorgelijker wordt, en mijn basale houding van ‘wat er morgen zich voordoet, zien we dan wel weer’ verandert in leeuwen en beren op alle wegen zien.
Een weekendje Mechelen (daarover in een andere blog meer) brengt dan zoveel ontspanning dat het inzicht dat alle signalen richting rood gaan ook snel volgt. Want ik was er al eens, in die bodemloze put waarin het heel ongezellig is en ik ook. En waar het laddertje om snel naar boven te klimmen, stiekem is weggehaald, waardoor het lange weg naar boven is. Die put ligt altijd, verdekt onder blaadjes en takjes op de loer, maar gelukkig leer ik steeds beter en eerder de gigantische alarmbellen en -lichten die rondom die put staan te horen en te zien.

Back on track

Daarom ga ik het weer over een nieuwe boeg gooien (been there, done that many times before, maar goed). Bewust tijd en ruimte reserveren voor die zaken waar ik blij van wordt en niet alleen maar anderen ‘pleasen’. Overigens is het fijn om bij Sophie in de mentale kreukels te zien dat ik echt niet de enige ben die worstelt met het in balans zijn en blijven. En om mezelf nog wat beter in het energie-gevende gareel te houden, meet ik mij de volgende mantra’s aan:

1. Ik moet he-le-maal niks
2. Goed genoeg is ook goed
3. Andere moeders/collega’s/vrienden/mensen* doen ook maar wat (*doorhalen wat niet van toepassing is)
4. Morgen is een dag van oplossingen

Aan de slag dus. Rustig blijven en niet alles tegelijk willen. En een ongezellige off-day mag ik ook best hebben.
Dus mocht je me voorbij zien komen, met een geconcentreerde blik en murmelend, dan ben ik mezelf aan het mantra-en: geef me maar een bemoedigend klopje op de schouder, ik kom er wel. Ik ben er nog niet, maar ik kom er wel.

Iemand nog een andere goedwerkende mantra in de aanbieding?

 

doolhof doodgewone dingen

Afgelopen weken heb ik geamuseerd gekeken naar het programma Marlijn: de dolende dertiger van Marlijn Weerdenburg. In deze serie zoekt zij (gelukkig met de nodige humor) naar antwoorden op de levensvragen van de dertigers van nu. Kijk het eens terug op Uitzending gemist van de NPO, het is echt vermakelijk.

Dolende dertiger

In een aantal afleveringen is Marlijn op zoek gegaan vanuit haar eigen persoonlijke perspectief naar wat de dertiger van nu bezig houdt. Hoe vind ik de ware? Hoe maak ik de juiste keuzes in m’n carrière? Moet ik settelen of eerst nog op wereldreis? Wie ben ik eigenlijk en wat is de zin van het leven? In de laatste aflevering die ik gezien heb ging het met name daarover. Hoe vind ik balans in mezelf (dat zou ik ook wel willen weten) en kan yoga daarbij helpen (vast, als ik er de tijd voor had).
Ik kijk met groeiende verbazing naar de worsteling die menige dertiger tegenwoordig blijkbaar doormaakt. Er wordt een hoop getwijfeld, gezocht, afgereisd, ge-yoga’at (schrijf je dat zo?) en gemediteerd. Allemaal met de vraag of wat de zin van het leven is.

Verdwaalde (of verdwaasde) veertiger

Mijn dertigers dilemma (als ik dat al had) ligt inmiddels alweer zo’n 10 jaar geleden. Ik ben alweer een middenveertiger. Grutjes, wat klinkt dat ineens oud. Al kijkend naar Marlijn vraag ik me hardop af of ik in mijn dertigers tijd ook zo heb lopen dolen. Ik kan het me eigenlijk niet zo goed herinneren. Als ik dan al gedoold heb, zal het niet een flinke existentiële crisis hebben opgeleverd. Ik was hooguit een licht getroebleerde twintiger, maar terugblikkend valt dat ook wel mee. Ik herken wel het meegaan in de flankerende activiteiten die bij het dolen horen: verlichting zoeken bij yoga, de Happinez lezen (nadat ik m’n abonnement op de Flow had opgezegd), proberen Mindfulness bezig te zijn. Eckhart Tolle lezen. Maar jaren terug las ik ook al de Celestijnse belofte (ken je die nog?). Ik heb wel lekker gesettled, al in m’n dertigers tijd met huisje, boompje  en beestje(s). En later kinderspul erbij. Carrière? Mwah. Dat dolen begint volgens mij nu pas.

Modderende moeder

Om mij heen zie ik het genoeg, en ik ben er zelf ook één van. Een moeder die de bordjes omhoog probeert te houden: kinderen goed gewassen, gestreken en opgevoed door het leven gidsen, met de nodige ruimte voor plezier, spel, beetje sport, lekker verdwalen en loslaten. Aandacht voor mijn lief en mezelf, het leven om me heen, familie en vrienden, de wereld en het werk. Ik vind het al knap van mezelf dat ik werk als laatste in het rijtje noem. Ik modder-moeder maar wat aan, en over de gehele linie gaat dat best aardig, geloof ik. Op een enkele offday na. Ongetwijfeld hebben mijn kinderen later issues waarmee zij gaan dolen, en vast en zeker blijkt in therapie dat ik, dat wij, het iets anders hadden moeten doen. Ik betaal de psycholoog wel.

Verrijkte veertiger

Lieve Marlijn, ik heb goed en slecht nieuws voor je. Het slechte nieuws is dat het dolen na je dertigste niet ophoudt, misschien wordt het zelfs wel erger wanneer je je besluiten (over settelen, kinderen en carrière) hebt uitgevoerd. Het goede nieuws? Je leven wordt er alleen maar rijker en voller door!
Ondanks mijn geworstel, gemodder, gemopper, zoeken, twijfelen en onzekerheden ben ik meer aan het leven dan ooit. Mijn zin van het leven is nu zin in het leven hebben. Ik geniet, struikel, stoot m’n neus, huil van het lachen en lach van het huilen. Laat mij maar lekker verder dolen en doorgroeien naar de verwarde vijftiger, de zoekende zestiger, de zwevende zeventiger, twijfelende tachtiger. En als ik het haal, word ik een nou-weet-ik-het negentiger.

tornado-572504_1280

 

Ik ben goed genoeg
In mijn notitie-app had ik een tijdje terug al dit opgetypt: ik ben goed genoeg. Als reminder voor mezelf dat ik hieraan best een stukkie kon wijden, met name geïnspireerd door het boek dat ik nu lees De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown (aanrader!).
Hoe makkelijk je dat zinnetje opschrijft, hoe moeilijk is het om het ook echt zo te voelen.
Want de dag zit vol momenten waarop ik twijfel. In de werksfeer (waarom moest ik nu zo nodig uitdrukkelijk aangeven dat ik dat hele traject wel wil begeleiden) maar vooral ook in de privésfeer. Er is een continue clash tussen mijn ideaalbeeld (de perfecte werknemer, de perfecte moeder) en de realiteit.

Wervelstorm
In theorie heb ik het al helemaal uitgedacht: ik ga mijn liefste dochter in alle rust steunen in dat moment waar ze zo bang voor is, dat haar andere voortand eruit gaat. De tand in kwestie hangt letterlijk nog aan één fliebertje vast, maar valt er maar niet uit. En dochterlief is als de dood voor bloed, wil de tand er niet uit (want bang voor bakken bloed), maar wil de tand er wel uit, want stel je voor dat het op school gebeurd. En waar we eerst in alle rust samen proberen de tand er uit te trekken en ze me telkens toch weer tegenhoudt, glijden we via een zeer ontvlambare mengeling van kindertegendraadsheid, eigenwijsheid, irrationele angst en moederlijk onvermogen in een wervelstorm. Einde van het liedje: dochter en moeder beiden in alle staten, zoonlief boos dat niemand nog gezellig doet en de tand zit er nog in. En ik ben boos op mezelf dat ik niet in staat was dit tij te keren en het tot een goed einde te brengen. Terwijl ik terugloop van de school waar ik dochterlief nog enigszins bedremmeld bij de juf heb achtergelaten, zie ik de verschillende trauma’s waarmee ik haar eigenhandig heb opgezadeld al voor me. Ik kan alvast wel sparen voor de therapie die ze ongetwijfeld straks nodig heeft..

De stilte erna
De hele morgen ben ik alleen nog maar daar mee bezig, en twijfel ik voortdurend aan mezelf als moeder. Verschillende scenario’s doorloop ik, allemaal beginnend met een van de zinnen: Had ik niet beter…, misschien was zus.., voortaan doe ik…

In de lunchpauze ga ik nog even kijken op school, hoe het met haar en haar tand is.
Verbaasd kijkt ze me aan. “Wat kom jij nou doen?” Van de wervelstorm is niks meer te merken en giechelend gaat ze bij een vriendinnetje aan tafel staan, en heeft het veel te druk met alles en iedereen om nog aandacht voor haar moeder te hebben. En terecht.
De storm is gaan liggen, en geen stormschade te bekennen.

Goed genoeg is goed genoeg
En dat is wat ik mezelf moet blijven leren: ik ben goed genoeg. Het hoeft niet allemaal, sterker nog, het kan niet allemaal perfect. Ik ben goed genoeg. Goed genoeg is ook oké. Moeilijk hoor. En een enorme uitdaging. Maar de zon schijnt, dochterlief is blij en vrolijk (met tand nog steeds) en ik ben best een leuke moeder. Meestal dan.

Voorlezen is me met de paplepel ingegoten, (lees maar hier), en zelf vind ik het ook heel leuk om voor te lezen. Mijn dochter houdt er erg van en komt regelmatig met een boek aan zetten, en kijkt me dan smekend aan.

Dit keer is het een boek over zon, zee en strand. Verhaaltje over een meisje op vakantie, zeemeermin hier, zandkasteel bouwen daar en dan nog iets over een matroos. De schrijver van het boek bedenkt dan dat, nu we het toch over een matroos lezen, en we ons, met hoofdpersoon Noor, afvragen of er ook meisjes matrozen zijn, het leuk is om het kinderliedje Daar was laatst een meisje loos op te nemen. Met alle coupletten erbij. Ik schraap de keel en met mijn beste voorzingstem begin ik te zingen…

Wat een stom liedje is dat zeg!
Meiske gaat varen, moet de zeilen hijsen. Steekt er storm op, flikkeren die zeilen naar beneden. Is het ineens haar schuld, krijgt ze voor straf een pak rammel.
Gaat nergens over.
Dochter helemaal verbolgen, snapt het liedje niet en ook niet waarom dat meisje slaag krijgt.
Ik krijg het ook niet uitgelegd.

 

Meisje loos mag van mij in het rijtje foute (vrouwonvriendelijke) kinderliedjes…

Joepie joepie is gekomen
Heeft m’n meisje meegenomen
Maar ik zal er niet om treuren (!)
Gauw een ander weer gehaald (!!!)
Tralalalala.

Iemand nog andere voorbeelden?

Joris Smit, An Hackselmans, Eline ten Camp, Wanda Eyckerman, Sophie van Winden Foto: Rob Wolvenne

Joris Smit, An Hackselmans, Eline ten Camp, Wanda Eyckerman, Sophie van Winden
Foto: Rob Wolvenne

 

Daar staan ze. Acht elfjarigen in badkleding op een rijtje. Bibberend. Schuchter en verlegen de wereld inkijkend. Wachtend op wat komen gaat.

Zo stonden ze er elf jaar geleden ook bij. Precies zo. Bibberend, ik denk zelfs de badkleding als dezelfde van toen te herkennen. Ik was toen elf jaar jonger. En zij studeerden met deze voorstelling, Priemgeval, af aan de Toneelacademie Maastricht. Ik heb toen de voorstelling gezien en die raakte me diep. Ongelofelijk grappig, herkenbaar, ontroerend, komisch, vertederend, aandoenlijk en ook wel confronterend. Want ooit waren we allemaal elf, met alle ingewikkeldheden van dien, maar de tijd staat niet stil.

En nu, elf jaar later ben ik er weer bij. Elf jaar ouder, elf jaar leven met alles erop en eraan in m’n rugzak. En zij ook. Die jonge studenten van toen, het zijn nu volwassen vrouwen en mannen. Maar nog met evenveel energie en spelplezier. Het spat weer van het podium af. Priemgeval raakt me nu nog dieper, de onschuld en het ongemak van elf jaar zijn. Het plezier van het ongehinderd kind zijn, aan de vooravond van opgroeien en onbevangenheid verliezen. Hilarisch is de voorstelling wederom en de tranen van het lachen lopen me over de wangen. En dan de tranen van ontroering.

De gelaagdheid van de tijd in deze voorstelling is ongelofelijk bijzonder. Priemgeval werd 11 jaar geleden gemaakt, gaat over 11 jarigen. Er is een reünie, ze staan rond een kist. We zijn nu 11 jaar later, spelers en publiek zijn 11 jaar ouder, en ook voor de acteurs is het een reünie. En stonden ze niet lang geleden rond de kist van de vrouw* die 11 jaar geleden deze voorstelling initieerde.

En wanneer ze allemaal, aan het einde van de voorstelling terug keren naar hun elfjarige zelf, is er bij mij geen houden meer aan. De tranen stromen over m’n wangen en het verdriet, dat ik de dag ervoor maar niet kon voelen over de sterfdag van mijn vader, breekt nu in alle hevigheid open.
Wat een heerlijke, fantastische voorstelling en wat kijk ik er naar uit om Priemgeval, met deze geweldige acteurs, over 11 jaar weer te zien!

 

Priemgeval VAN/MET Wanda Eyckerman, An Hackselmans, Fabian Jansen, Jeroen De Man, Joris Smit, Roel Swanenberg, Eline ten Camp en Sophie van Winden/Myrthe Burger
BEGELEIDING Floor Huygen EINDREGIE Arie de Mol

 

*Floor Huygen, in 2005 artistiek leider van Theater Artemis, overleed begin dit jaar.

Dik Trom. Pinkeltje. Bakkertje Deeg. Bijna alles van Astrid Lindgren.
Mijn vader heeft mij ongelofelijk veel voorgelezen toen ik een klein mupke was. Ongetwijfeld is daar de liefde voor boeken, maar ook de liefde voor schrijven begonnen.
Schrijven doe ik ook mijn hele leven al, maar niet structureel en meestal alleen voor mezelf. Op de schrijfsels die ik de afgelopen jaren wel deelde met mensen, kreeg ik positieve reacties. Dat ik daar iets mee moest doen. Diep in m’n hart wilde ik dat ook wel, maar er waren altijd wel kleine stemmetjes in mij die fluisterden “je bent niet goed genoeg” of “wie zit er nou op wat jij schrijft te wachten”.
Ik heb ze tot zwijgen gebracht, omdat er meerdere aanleidingen waren om nu met een blog te beginnen.

Morgen is het 3 jaar geleden dat mijn vader stierf. Dat was, zoals men zegt, een ‘life-changing moment’.
Geen beter moment om mijn blog de wereld in te smijten. Met trillende benen, vluchtgedrag en klamme handen. Hier ben ik met mijn doodgewone dingen. Laat me weten wat je er van vindt.

 

dias0170 - versie 2

 

De aanblik van al die jonge, afstuderende talenten maakte me melancholisch. Zij staan op de drempel van een nieuw leven, waarin nog zoveel meegemaakt moet en zal worden. Liefde, geluk, ziekte, verdriet, succes. Zij gaan zichzelf nog leren kennen, ontdekken, plannen maken, mislukken, slagen, alles.

Ik benijd ze,  omdat alles nog open ligt.
Ik benijd ze niet, omdat alles nog open ligt.

En ik denk na over wie ik ben: op de drempel van 45 jaar, op de drempel van de tweede helft van m’n leven. En ook de tweede helft zal bijzonder en mooi en verdrietig en alles worden. En nu leg ik het vast.

Welkom op mijn blog. Hier gaat het over de doodgewone dingen van het leven: liefde, dood en alles er tussen in.