afbeelding gestapelde stenen tegen groene achtergrond mediteren

Mediteren is geen zweefsport

Mediteren is voor mensen die teveel tijd hebben en hele dagen 10 centimeter boven de grond zweven. Dat dacht ik altijd, en ik wist ook wel dat dat een totaal ongefundeerd en belachelijk vooroordeel was.
Sterker nog, ik weet inmiddels veel beter.
In mijn vorige post schreef ik al over mijn meditatie-routine. Of routine, ik probeer in ieder geval er een routine van te maken. Elke dag 10 minuten mediteren, met een geleide meditatie op mijn telefoon.

Druk in m’n hoofd

In mijn hoofd is namelijk heel vaak erg druk. Heel vaak. En wanneer ik iets doe, ben ik met mijn gedachten alweer bij iets wat daarna komt of moet. Al tandenpoetsend ben ik alvast de wasmand aan het vullen, de wastafel aan het opruimen of kleding in de kast aan het leggen. Multitasken is my middle name. Mindfulness? Ha! Ik lach het regelrecht in het zweverige mind uit. Maar ik merk dat ik er zo moe van wordt, van de hele tijd maar bezig zijn, dingen moeten, bedenken wat er daarna moet, en hoe het verder moet met de mensen om mij heen, de wereld en het milieu.
En ik ben zo ontzettend niet in het moment. Ik ben heel vaak naast het moment, zal ik maar zeggen.

De eerste sessie

Ik denk het de blog was die mij eigenlijk tot het bloggen heeft geïnspireerd – Tales from the crib – waardoor ik bij het mediteren ben gekomen. Ik heb al vaker aan yoga gedaan, maar het sprak me juist zo aan dat ik dit elke dag een paar minuutjes kon doen. Een paar minuutjes voor mezelf vrijmaken, dat moest toch lukken. En bij de eerste sessie wist ik dat ik dit nodig had; mijn geest trainen.
De eerste sessie was er denk ik eentje van 3 minuten. Ik had de app Headspace op m’n telefoon gezet en ging er eens lekker voor zitten. Netjes in de goede houding (want kon ik tegelijk ook maar meteen de rug trainen). Andy leidde mij in rustig Engels via de geluiden om mij heen naar het bewust voelen van mijn lichaam en vervolgens naar mijn ademhaling. Focus op de ademhaling, gedachten waarnemen maar niks mee doen en mijn aandacht met zachte hand weer naar mijn ademhaling leiden. Adem in, adem uit. En toen zei Andy: “And now, let your mind do what it wants to do.” 
…..
Nou, mijn geest ging helemaal door het lint.
Ik zag maar één beeld: een klein blond meisje met staartjes die met haar armen in de lucht zwaaiend volledig in paniek rondjes rende.

De aanhouder leert

Dat mijn geest in absolute totale paniek schoot bij de aanblik van al die leegte (van slechts een paar seconden) leek mij een goede reden om door te zetten. Sindsdien heb ik, bijna elke dag mijn geest getraind in het niets doen. Ik ben nu twee maanden verder en ik begin er profijt van te hebben. Het moment in de sessie waar ik mijn geest volledig los mag laten, is heel vaak een moment van totale stilte, met alleen het beeld van water. Een rustig mooi blauw meer, de zee of gewoon niks.
Door de dag heen zijn er steeds vaker momenten waarop ik me meer bewust ben van wat ik op dat moment doe. Ik poets me tanden. Punt. Ik sta te wachten bij de kassa en probeer alleen op mijn ademhaling te letten. Ik kietel onze jongste voor het slapen gaan en ben alleen maar aan het kietelen, niet ook nog to-do-lijstjes in m’n hoofd aan het maken.

Trots op mezelf

Ik ben er nog niet, hoor. Ik multitask nog steeds veel in m’n hoofd, want terwijl ik dit schrijf, denk ik alweer aan een volgende post. Maar ik merk ook dat wanneer ik een dagje oversla met mediteren, mijn dag minder ontspannen verloopt. En na elke 10 minuten sessie ben ik trots op mezelf dat ik die 10 minuten toch maar mooi voor mezelf heb genomen. Drie hoeraatjes voor mij! Op naar de volgende 10 minuten!

gelukkig nieuw schooljaar

Nieuw schooljaar

Een nieuw schooljaar begint weer. Dat betekent collega’s weer begroeten met het onontkoombare 3-zoenen ritueel, omdat we elkaar 6 weken niet gezien hebben (ja het spijt me, zes weken vrij – werken in het onderwijs heeft voordelen).  Ik heb altijd de neiging om ook heel hard “Gelukkig Nieuwjaar!” te roepen; mede het geklapkus roept dat bij me op.
Gelukkig NieuwSchooljaar zou het dan moeten zijn. De overgang van schooljaar naar vakantie kent alleen het verzuchtende gevoel van ‘Hoera! Ein-de-lijk vakantie’, maar de start van het nieuwe schooljaar ademt heel sterk het nieuwjaarsgevoel. Ik durf zelfs te stellen dat het voor mij méér nieuwjaar is dan Nieuwjaar.

New year’s resolutions

Iets wat ik al jaren geleden heb afgezworen voor Nieuwjaar, maar wèl jaarlijks doe bij het begin van het schooljaar: goede voornemens voornemen.
Gelukkig Nieuw Schooljaar, dit jaar gaan we het helemaal anders doen!
Dat bedenk ik me dan zo’n beetje de laatste dagen van de vakantie, wanneer de start van het nieuwe schooljaar aan de horizon gloort en dus ook de start van het werk al een flinke gloed “daar gaan we weer” afgeeft.

Goede voornemens top 10

Ook dit jaar is het niet anders en heb ik een weer een lijstje met 10 goede voornemens (dat zijn er natuurlijk alweer 9 teveel, maar vooruit). In random order:

  • Meer sporten
  • Meer zen zijn
  • Minder haasten ’s morgens vroeg
  • Meer schrijven
  • Minder ongeduldig zijn
  • Minder moeten van mezelf
  • (Nog) meer genieten
  • Beter opruimen
  • Meer lezen
  • Me minder druk maken over werk

Geef toe, dat lijstje komt jullie ook bekend voor. Ze zijn ook wel een beetje cliché, maar ik neem me ze wel echt voor. En het had heel goed het lijstje voornemens van 1 januari kunnen zijn, maakt geen verschil. Eerlijk is eerlijk, een paar voornemens neem ik me het hele jaar door voor, dus die hebben lekker veel kans van slagen (maar niet heus; anders hoefde ik ze niet op dit lijstje te zetten).
Aan de slag dus.

Balans opmaken

Uit onderzoekt blijkt dat januari de minst goede maand is voor goede voornemens: je hebt dan het minste kans van slagen. Dus dan is augustus misschien best een goed alternatief. Ik ben inmiddels alweer twee weken onderweg in het nieuwe schooljaar. Twee volle weken van terug in het ritme komen, de kinderen in een ritme krijgen, afspraken, opstartvergaderingen en -etentjes, hockeytraining, regelzaken et cetera. Laat ik de balans eens opmaken:

  • Meer sporten – (nog) niet gelukt, tenzij je hersenen trainen ook sport is
  • Meer zen zijn – begint te komen, mede dankzij het bijna dagelijks 10 minuten mediteren dat ik voor de vakantie al was gestart. Daarover meer in een andere blog.
  • Minder haasten ’s morgens vroeg – lukt redelijk, we zijn telkens ruim op tijd op school zonder noemenswaardig gestress
  • Meer schrijven – eerste blog na de vakantie is een feit
  • Minder ongeduldig zijn – dat lukt zoooo ontzettend niet
  • Minder moeten van mezelf – de ene dag meer dan de ander, maar ik ben nog niet ontevreden
  • (Nog) meer genieten – ik geniet eigenlijk best veel
  • Meer water drinken – gaat goed, jammer dat je nachtrust vaker verstoord wordt door de hogere nood
  • Meer lezen – geen reden tot klagen
  • Me minder druk maken over werk – daar kan nog wat meer aangewerkt worden

Zeven van de tien voornemens lijken tot nu toe te slagen. Ik sta er zelf eigenlijk een beetje van te kijken, dat ik best lekker bezig ben. De grootste uitdaging is en blijft het minder ongeduldig zijn, ook richting de kinderen. Dat is en blijft echt een groot aandachtspunt.
Maar zo alles overziend, ben ik lekker bezig. Goed voornemen nummer 11: (Barry Stevens accentje) ‘Vooral doorgaan’.
We gaan het zien (voornemen 12 – stoppen met stopzinnen en -woordjes), ik ga ervoor en wordt vervolgd.

Hebben jullie ook goede voornemens zo aan het begin van het schooljaar?

 

geluk stuiterbal

 

De warmte speelt ons allemaal parten, denk ik. Ook de kinderen weten even geen raad met zichzelf. Het is te warm om lekker buiten te spelen. Loomheid valt als een klamme doek over iedereen hier in huis.

De kleine man kan z’n draai niet vinden. Hij verveelt zich, en weet niet wat te doen. Hij doet telkens opnieuw voorstellen die even niet kunnen. Speelgoed van zolder halen (waar de temperatuur rond het kookpunt ligt), fietsen op z’n fietsje dat bij de fietsenmaker is, slijm maken (aaaaaaaarghhh). Grote pruillip omdat hij z’n zin niet krijgt.
Ik doe op mijn beurt tegenvoorstellen:
Wil je lekker in het zwembadje? Met de Playmobil? Met de Duplo?
Hij doet z’n armen over elkaar en schudt gedecideerd z’n blonde hoofdje.
Zullen we samen met je nieuwe Baufix iets bouwen?
Nee.
Wil je buiten steppen?
Nee.

Mijn geduld verdampt als een gesmolten ijsje op het asfalt. Ik doe een ultiem voorstel en geef hem de keuze.
Luister, je kan met je treinset gaan spelen, met je Duplo of met de autootjes, en anders moet je zelf je geluk maar zoeken hoor!
Met grote blije ogen kijkt hij me aan.
Ja, mama, geluk zoeken. Wil ik. Mag dat? Geluk zoeken? Asjeblief?

Tja.
Natuurlijk mag dat, knul. Kom, wij gaan geluk zoeken. Heb jij een idee waar het kan zijn?
Hij sluipt nauwlettend rondkijkend door de kamer. Fluistert zachtjes: Geluk, waar ben je?
Zoekt achter de stoel, onder een kussen.
Ik wijs naar de vensterbank. Daar ligt het balletje dat licht geeft als het stuitert.
Jaaaaa, istie!!
Gelukzalig rent hij er op af, en leert mij maar weer eens dat geluk echt in kleine dingen zit.

 

De verjaardag van onze jongste nadert en ik vraag hem wat hij voor z’n verjaardag zou willen.

Ik wil een Ninger, mama!

Een Ninger? Wat is een ninger?

Die doet zo, mama! (Hij beweegt zijn arm van boven naar beneden)

Bij de trein.

Ningningningningningningning

 

Wanneer ik de zaal betreed, kijkt hij me vanaf het grootste scherm indringend aan, in zwart/ wit. Hij is gefilmd terwijl hij in de camera kijkt en verder niks doet.
Kijken. Alleen maar kijken. En ik kijk terug.

Ik loop door, naar andere beelden die geprojecteerd worden. Ik zie hoe hij stoeit met, ik denk, zijn broer. Het valt me op hoe sterk hij oogt, terwijl zijn torso toch zo ielig is. Ik tel z’n ribben.

Ik stap de aangrenzende ruimte in en de vele foto’s van deze doodgewone, bijzondere jongen overvallen. En dan schiet ik vol. Eerst heb ik geen idee waarom, ik ben nog nooit volgeschoten van foto’s.
Het zijn mooie zwart/ wit foto’s van een jongen die heel gewoon is. En ook absoluut niet. Ik kijk en kijk, en snap waarom fotografe Robin de Puy door deze jongen werd geraakt. Ze heeft hem meerdere keren voor langere tijd en hem gefotografeerd. En een band met hem ontwikkeld. En dat zie je in de portretten.

Je ziet hoe kwetsbaar en toch ook sterk dit jochie van pak-m-beet 14 jaar is. Met z’n uitstekende oren, zijn piekige haar (dat vast een beetje rossig is) en die schitterende sproeten. Met een blik in de ogen van generaties armoede, maar ook ‘wie doet me wat’. Ogen waarin de ondeugd glimt, de verwondering, vertroebeld met een zweem eeuwenoude droeve wijsheid.
En met die blik, waarmee hij mij vanaf deze prachtige foto’s aankijkt, kijkt Randy in mijn ziel. Daarom schiet ik vol.

Ga hem zien, deze Randy. Ga naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht en zie hem zelf. En sluit ‘m in je hart.
Je moet wel snel zijn, want deze fototentoonstelling loopt maar tot en met 13 mei.

Maarten van Rossem (nee, niet die ouwe brompot), filmmaker en regisseur heeft tijdens de roadtrip van Robin de Puy ook schitterend materiaal gefilmd van Randy.

 

 

 

 

En zoals je daar zit op onze grote bank hier
Muziek op je oren en een staart in je haar
Je zingt heel hard mee met die Zeeuwse vrienden
Ik ben blij dat je hier bent, blij dat je hier bent

Je geniet van de muziek en de bekende woorden
Ze zingen zo fijn over iets dat je ook kent
Ik zie in jou het Zeeuwse meisje dat ik ook ben
Mijn hart loopt hard over, hart loopt hard over

 

 

Mijn eigen glazen huis

Het was een zonnige dag, en ik weet nog dat ik dat zo raar vond. Dat de zon scheen. Een vrouw stopte iets in haar fietstas, stapte op en fietste weg, terwijl een taxi juist kwam aanrijden. Flarden van een gesprek ving ik op, over een cadeautje kopen voor Kees en iets met eerst nog naar de kapper. Er was overal beweging. Maar mijn wereld stond stil, stiller dan mijn papa die net was overleden. Het voelde alsof ik in een glazen huis stond, waar alles, maar dan ook alles tot stilstand was gekomen. En buiten het huis draaide de wereld door. Ik nam het leven van alledag waar, zag het draaien van de wereld en voelde me alsof ik een parallel tijdsgewricht was gekomen.

De glazen huizen om mij heen

Dagelijks passeer ik wel het raam van zo’n glazen huis. Ik ben dan die vrouw op de fiets. Ik sta aan de bewegende wereld-kant. Bij veel glazen huizen sta ik niet of nauwelijks stil. Dat is niet uit onverschilligheid, maar niet ieder glazen huis is duidelijk zichtbaar. Soms passeer ik een huis waar ik wel een glimp van de binnenkant kan opvangen. Die huizen maken indruk.
Het huis van de moeder wiens dochter na een zoektocht van 13 dagen is gevonden.
Het huis van de kinderen van de geliefde burgervader, die het leven los moest laten.
Het besef dat voor hen de wereld stil staat, dat verdriet en pijn even alle kleur uit de omgeving weghaalt, maakt dat ik zelf weer even extra van mijn eigen kinderen en lief, de hond en de herfstwereld geniet.

Tegen de ruit van dat ene glazen huis

Een berichtje op mijn telefoon zet mij neer voor het glazen huis van een dierbare vriendin.
Haar stilstaande wereld trekt de mijne mee in een vertraging. Haar verdriet, ongeloof en pijn doen de herfstkleuren aan mijn zijde van het raam verbleken. Ik kijk door het raam naar binnen en voel bijna fysiek hoe haar wereld stil staat. En dat van de kinderen, zijn ouders, zijn familie.
Maar terwijl ik mijn betraande gezicht tegen het glas druk, voel ik dat mijn wereld, heel langzaam, weer in beweging komt.Onze zoon zegt iets grappigs, een borrel waar we heen gaan, een stedentripje al lang geleden geboekt.
Ik lach om goede grappen, ik kijk vol spanning naar de finale van Penoza, er is werk op het werk dat moet gedaan. Mijn wereld versnelt en draait alweer op het reguliere tempo mee.
Maar er staat nog steeds een wereld stil achter dat raam. En ik probeer mijn wereld een beetje minder hard te laten draaien, ik voel me schuldig dat mijn wereld niet stil staat, terwijl ik ook weet dat dat is hoe het leven is. Als in een draaimolen komt haar raam vaak voorbij, gelukkig, en soms kan ik haar door het raam heen even vasthouden. Mijn wereld moet draaien, zodat ik haar kan steunen met de hare op termijn weer op gang te krijgen.

De magnolia achterin de tuin verliest zijn blad. Ik geniet van de kleur die het mijn tuin geeft.