kom, klim op mijn rug dan
draag ik je tot daar
over de berg van verdriet
voorbij het ravijn van missen
tot de zon weer warmte geeft
en het litteken de zachte pijn van liefde klopt

kom, de weg is grillig en lang en koud
samen zijn we warm en vertel
ik je verhalen die doen glimlachhuilen
om wat toen was en nu niet

kon ik rouw maar overladen op
mijn rug van de jouwe want dan ben ik
baas over wat moet gedragen
nu moet ik los in vertrouwen maar
jij gaat het zeker redden

het weven is begonnen
hoe klein de draad ook zo
breekbaar en scherp
weef je die dierbare wond
prachtig kwetsbaar in je hart

ik kan alleen kijken naar
je vaardige weven met vallen
en toch weer op want
zo ben jij