bff-bracelets

Corps
Er is een hoop te doen deze dagen over de ontgroeningsrituelen bij Vindicat. Ik ben op zich niet tegen dat hele corps-gebeuren. Ik heb het nooit gedaan, had geen zin om me te laten voorschrijven wat ik wel en niet leuk, goed, mooi mag vinden. Het staat iedereen vrij om bij een club te gaan, die er ouderwetse, vrouwonvriendelijke denkbeelden op na houdt en zich daar vrijwillig laten vernederen. Er zijn buiten het studentenleven ook nog best veel van dat soort clubjes. Maar er mag natuurlijk nooit en te nimmer sprake zijn van het toebrengen van fysiek of mentaal letsel, laat dat duidelijk zijn.

Voornaamste argument voor het in stand houden van de ontgroeningsrituelen bij de verschillende studentenvereniging is dat het zou bijdrage aan een vriendschap voor het leven. Doordat je samen zo’n nare tijd hebt tijdens de ontgroening, ontstaat een hele hechte broeder(of zuster)schap die nooit verloren gaat. Alsof je alleen zo een vriendschap voor het leven krijgt. Pfff. Nogmaals, moet iedereen zelf weten om bij een club te gaan, die zo hecht aan rituelen, geheimen, macht uitoefenen, zelfverheerlijking. Ik hou niet van clubjes.

BFF (Best Friends Forever)
Ik heb geen studentenvereniging nodig gehad om vriendinnen voor het leven te vinden. Dat groeide zo. Ging van zelf. We leerden elkaar kennen tijdens de studie, in de eerste jaren. We waren toen nog geen ‘clubje’, maar waren wel los van elkaar met elkaar bevriend. Mart ontmoette ik de eerste dag van de studie en het was of we elkaar al jaren kenden. Samen kenden we ook Henriëtte. Frenzy en Mila leerde ik in mijn tweede jaar kennen, en die kenden ook Henriëtte en Mart weer. Volg je me nog? Wacht, een schetsje maakt het misschien wat duidelijker. bff schema

Onderling bleek iedereen elkaar dus ook weer te kennen en op een verjaardag van Mart vonkte de magie. We bleken zoveel gemeen te hebben, terwijl we toch zo anders te zijn. Het spannende, leuke, onbekende en donkere van de toekomst na de studie bracht ons bijeen en we voerden lange gesprekken over de toekomst, het verleden, de liefde, wie waren en wat we wilden en konden.

 

Non-biological sisters
En die gesprekken voeren we nog steeds. Soms met z’n allen. Dan is de magie weer compleet, als we er alle vijf zijn. Op andere momenten met een paar. Vaak via Whatsapp (wat een uitkomst, zo’n groeps-app), soms live aan de telefoon, via Skype.
We delen het spreekwoordelijke lief en leed. We zijn er voor elkaar wanneer er nieuw leven is of oud zeer. We dragen elkaar in tijden van verlies. We hebben de grootste lol en zijn nooit volwassen geworden, ook leven we volwassen levens met alles wat zich daarin aandient. We maken plannen over onze oude dag, met z’n allen in hetzelfde verzorgingstehuis. Met bloemetjesjurken aan uiteraard.

De kracht van onze vriendschap kan me nog steeds verwonderen, want we zien elkaar niet vaak, uitgewaaierd als we zijn over Nederland en de UK. Maar het is er altijd, en we pakken het op waar we gebleven waren.
Mijn niet-biologisch zusjes, wat hou ik van ze. Ze kwamen als vanzelf in m’n leven, om er nooit uit weg te gaan. En daar was geen studentenvereniging of ontgroening voor nodig. Het enige wat nodig was, was mezelf zijn en me openen voor een ander.

Het gepiep van stiften op papier
Meer hoor ik niet
Ik kijk
Lijnen, vlakken, bloemen, dieren
Het papier vult zich met kleur
Bij allebei
Samen zitten ze aan de tafel
Voorover gebogen, geconcentreerd
De kleurmeisjes vullen samen hun wereld met kleur
De een met grote halen
De ander op de millimeter
Het kinderlijk plezier spat in groene, gele, rode, blauwe vonken van hen af
Niet bezig met wat morgen zal
Want niet wetend
Niet bezig met wat gisteren was
Want vergeten
De tekeningen zijn af en trots tonen de kleurmeisjes
Mij de kleur van het nu
Mijn kleurmeisjes
De ene een belofte van wie ze gaat worden
Een toekomst in full color
De andere een schim van wie ze was
Enkel een verleden in grijstinten
Maar beiden genietend in het moment
Ik kijk toe en lijst dit stilleven in
En hang het in mijn museum van de liefde

koeien op dinsdagmorgen

Als het even kan, probeer ik sinds de zomervakantie enigszins gestructureerd te sporten. Want hoe intensief een kampeervakantie ook is, met alle geloop, gewandel, gespeel en zo, er mogen toch wel een paar kilootjes af. En dus heb ik een oude liefde opgepakt, mede geïnspireerd door de Liefste vrouw:  fietsen. Gewoon, rondje fietsen op een racefiets, gedachten uit het hoofd laten waaien en tegelijkertijd genieten van het mooie Limburgse landschap.

Vandaag was het een klein rondje richting Meerssen, even een route-onderzoekje voor een volgende keer. Afstandje timen, je kent dat wel (of niet, maar begrijpen doe je het wel). Ik was zo waar ik binnenkort moest zijn, en bedacht een alternatieve route terug. Langs Uitspanning de Nachtegaal, met een fijn, straf, kort klimmetje (echt heel kort) op het einde.
Ik draai de bocht om en daar staan ze. Midden op de weg, een rust uitstralend die zijn gelijke amper kent. Koeien.
Niet op zaterdagmiddag zoals Kaandorp ooit zong, maar op dinsdagochtend. Bedaard, op de weg.
Ik minder maar vaart, want ik overzie niet helemaal of ik er wel langs kan. En ze zijn best groot. Een collega fietser komt me tegemoet en heeft dezelfde blik in zijn ogen. Verwonderd, en licht vrolijk over het tafereel, maar ook een tikkie bezorgd in de categorie “blijven ze wel bedaard?”.
We slalommen om beurt door de opening die de koeien ons laten, wisselen een blik en fietsen ieder onze eigen route weer door. Mijn blog indachtig, stap ik toch even af om een plaatje te trekken. Terwijl ik m’n toestel uit mijn wielren-shirt vis, laat meneer de Stier duidelijk blijken dat hij niet gediend is van paparazzi en zet gedecideerd een paar ferme passen mijn kant op. En hij is echt groot. Ik maak me uit de voeten naar een veiliger afstand, om toch deze foto te kunnen maken. Meneer de Stier blijft bedaard staan.
Ik spring op de fiets en rijd weer door, buitengewoon vrolijk van gemoed en een beetje verliefd op deze wonderlijke wezens.

 

 

 

tornado-572504_1280

 

Ik ben goed genoeg
In mijn notitie-app had ik een tijdje terug al dit opgetypt: ik ben goed genoeg. Als reminder voor mezelf dat ik hieraan best een stukkie kon wijden, met name geïnspireerd door het boek dat ik nu lees De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown (aanrader!).
Hoe makkelijk je dat zinnetje opschrijft, hoe moeilijk is het om het ook echt zo te voelen.
Want de dag zit vol momenten waarop ik twijfel. In de werksfeer (waarom moest ik nu zo nodig uitdrukkelijk aangeven dat ik dat hele traject wel wil begeleiden) maar vooral ook in de privésfeer. Er is een continue clash tussen mijn ideaalbeeld (de perfecte werknemer, de perfecte moeder) en de realiteit.

Wervelstorm
In theorie heb ik het al helemaal uitgedacht: ik ga mijn liefste dochter in alle rust steunen in dat moment waar ze zo bang voor is, dat haar andere voortand eruit gaat. De tand in kwestie hangt letterlijk nog aan één fliebertje vast, maar valt er maar niet uit. En dochterlief is als de dood voor bloed, wil de tand er niet uit (want bang voor bakken bloed), maar wil de tand er wel uit, want stel je voor dat het op school gebeurd. En waar we eerst in alle rust samen proberen de tand er uit te trekken en ze me telkens toch weer tegenhoudt, glijden we via een zeer ontvlambare mengeling van kindertegendraadsheid, eigenwijsheid, irrationele angst en moederlijk onvermogen in een wervelstorm. Einde van het liedje: dochter en moeder beiden in alle staten, zoonlief boos dat niemand nog gezellig doet en de tand zit er nog in. En ik ben boos op mezelf dat ik niet in staat was dit tij te keren en het tot een goed einde te brengen. Terwijl ik terugloop van de school waar ik dochterlief nog enigszins bedremmeld bij de juf heb achtergelaten, zie ik de verschillende trauma’s waarmee ik haar eigenhandig heb opgezadeld al voor me. Ik kan alvast wel sparen voor de therapie die ze ongetwijfeld straks nodig heeft..

De stilte erna
De hele morgen ben ik alleen nog maar daar mee bezig, en twijfel ik voortdurend aan mezelf als moeder. Verschillende scenario’s doorloop ik, allemaal beginnend met een van de zinnen: Had ik niet beter…, misschien was zus.., voortaan doe ik…

In de lunchpauze ga ik nog even kijken op school, hoe het met haar en haar tand is.
Verbaasd kijkt ze me aan. “Wat kom jij nou doen?” Van de wervelstorm is niks meer te merken en giechelend gaat ze bij een vriendinnetje aan tafel staan, en heeft het veel te druk met alles en iedereen om nog aandacht voor haar moeder te hebben. En terecht.
De storm is gaan liggen, en geen stormschade te bekennen.

Goed genoeg is goed genoeg
En dat is wat ik mezelf moet blijven leren: ik ben goed genoeg. Het hoeft niet allemaal, sterker nog, het kan niet allemaal perfect. Ik ben goed genoeg. Goed genoeg is ook oké. Moeilijk hoor. En een enorme uitdaging. Maar de zon schijnt, dochterlief is blij en vrolijk (met tand nog steeds) en ik ben best een leuke moeder. Meestal dan.

We stonden op een rijtje, netjes gekleed in het zwart. Een hele rij mensen liepen langs, schudden ons bedrukt de hand en mompelden “gecondoleerd met het verlies van je opa”. Ik was 8 jaar en het enige ander “ge..eerd”woord dat ik kende was gefeliciteerd. Ik dacht dat het hetzelfde betekende en vond het heel raar dat iedereen mij, m’n zussen en m’n ouders feliciteerde met dat opa dood was.
Ik heb sindsdien altijd een dingetje gehad met dat woord gecondoleerd.

Afschaffen?
Een beetje rond speuren op internet laat zien dat ik niet de enige ben, die moeite heeft met het formele en afstandelijke karakter van ervan. Op verschillende blogs wordt er flink tegenaan geschopt. Zin Magazine deed een paar weken geleden nog een oproep voor alternatieven. Maarten Asscher betoogde in De Gids, jaargang 160 (1997) al dat het woord gecondoleerd uit de dagelijks Nederlandse woordenschat verwijderd zou moeten worden. Asscher geeft ook aan dat niet iedere condoleance-situatie de gelegenheid biedt om je persoonlijke gevoel op een eigen manier over te brengen. Hij pleit voor een kernachtige, neutrale uitdrukking. Maar verder dan contraficiat komt hij ook niet.

Toch in gebruik
Waarom wordt ‘gecondoleerd’ dan toch nog steeds gebruikt, terwijl ook veel weerstand is? Misschien omdat het juist bij momenten van rouw en verdriet zo moeilijk is om de juiste woorden te vinden. Het is niet eenvoudig je gevoel in woorden om te zetten, zeker niet bij het zien van het verdriet van anderen. Wat valt er te zeggen? Welke woorden bieden troost?

Gecondoleerd is afgeleid van het Latijnse “con dolare”, wat zoveel betekent als meeleven met pijn. Je medeleven betuigen, dat is wat je doet op zo’n moment. Veel uitdrukkingen klinken alleen snel vormelijk, afstandelijk en formeel. Meeleven, medeleven betuigen, oprechte deelneming, innige deelneming.

Alternatieven
Zelf ben ik veel meer gecharmeerd van de varianten die de Engelse taal biedt:
I am truly sorry for your loss
of
My heart goes out to you
of zelfs het ook wat formele
My deepest sympathies go out to you
Ze laten zich allemaal heel slecht vertalen naar het Nederlands.

Mijn speurtocht op het net heeft me in ieder geval in het Nederlands niet veel nieuwe alternatieven gebracht. De meeste suggesties kende ik wel, al deden een tweetal suggesties me toch even de wenkbrauwen bewegen: het eerder genoemde contraficiat, van harte krachtgewenst en van harte troostgewenst. Ik denk niet dat ik die aan mijn vocabulaire ga toevoegen.

Ik houd me maar bij wat ik weet en wat ik ken. Bij wat mijn gevoel me ingeeft. En vooral bij het notie dat een gebaar meer zegt dan wat in woorden te vatten valt.

 

Gebruik jij het woord ‘gecondoleerd’ of zeg je iets anders?

Voorlezen is me met de paplepel ingegoten, (lees maar hier), en zelf vind ik het ook heel leuk om voor te lezen. Mijn dochter houdt er erg van en komt regelmatig met een boek aan zetten, en kijkt me dan smekend aan.

Dit keer is het een boek over zon, zee en strand. Verhaaltje over een meisje op vakantie, zeemeermin hier, zandkasteel bouwen daar en dan nog iets over een matroos. De schrijver van het boek bedenkt dan dat, nu we het toch over een matroos lezen, en we ons, met hoofdpersoon Noor, afvragen of er ook meisjes matrozen zijn, het leuk is om het kinderliedje Daar was laatst een meisje loos op te nemen. Met alle coupletten erbij. Ik schraap de keel en met mijn beste voorzingstem begin ik te zingen…

Wat een stom liedje is dat zeg!
Meiske gaat varen, moet de zeilen hijsen. Steekt er storm op, flikkeren die zeilen naar beneden. Is het ineens haar schuld, krijgt ze voor straf een pak rammel.
Gaat nergens over.
Dochter helemaal verbolgen, snapt het liedje niet en ook niet waarom dat meisje slaag krijgt.
Ik krijg het ook niet uitgelegd.

 

Meisje loos mag van mij in het rijtje foute (vrouwonvriendelijke) kinderliedjes…

Joepie joepie is gekomen
Heeft m’n meisje meegenomen
Maar ik zal er niet om treuren (!)
Gauw een ander weer gehaald (!!!)
Tralalalala.

Iemand nog andere voorbeelden?