Joris Smit, An Hackselmans, Eline ten Camp, Wanda Eyckerman, Sophie van Winden Foto: Rob Wolvenne

Joris Smit, An Hackselmans, Eline ten Camp, Wanda Eyckerman, Sophie van Winden
Foto: Rob Wolvenne

 

Daar staan ze. Acht elfjarigen in badkleding op een rijtje. Bibberend. Schuchter en verlegen de wereld inkijkend. Wachtend op wat komen gaat.

Zo stonden ze er elf jaar geleden ook bij. Precies zo. Bibberend, ik denk zelfs de badkleding als dezelfde van toen te herkennen. Ik was toen elf jaar jonger. En zij studeerden met deze voorstelling, Priemgeval, af aan de Toneelacademie Maastricht. Ik heb toen de voorstelling gezien en die raakte me diep. Ongelofelijk grappig, herkenbaar, ontroerend, komisch, vertederend, aandoenlijk en ook wel confronterend. Want ooit waren we allemaal elf, met alle ingewikkeldheden van dien, maar de tijd staat niet stil.

En nu, elf jaar later ben ik er weer bij. Elf jaar ouder, elf jaar leven met alles erop en eraan in m’n rugzak. En zij ook. Die jonge studenten van toen, het zijn nu volwassen vrouwen en mannen. Maar nog met evenveel energie en spelplezier. Het spat weer van het podium af. Priemgeval raakt me nu nog dieper, de onschuld en het ongemak van elf jaar zijn. Het plezier van het ongehinderd kind zijn, aan de vooravond van opgroeien en onbevangenheid verliezen. Hilarisch is de voorstelling wederom en de tranen van het lachen lopen me over de wangen. En dan de tranen van ontroering.

De gelaagdheid van de tijd in deze voorstelling is ongelofelijk bijzonder. Priemgeval werd 11 jaar geleden gemaakt, gaat over 11 jarigen. Er is een reünie, ze staan rond een kist. We zijn nu 11 jaar later, spelers en publiek zijn 11 jaar ouder, en ook voor de acteurs is het een reünie. En stonden ze niet lang geleden rond de kist van de vrouw* die 11 jaar geleden deze voorstelling initieerde.

En wanneer ze allemaal, aan het einde van de voorstelling terug keren naar hun elfjarige zelf, is er bij mij geen houden meer aan. De tranen stromen over m’n wangen en het verdriet, dat ik de dag ervoor maar niet kon voelen over de sterfdag van mijn vader, breekt nu in alle hevigheid open.
Wat een heerlijke, fantastische voorstelling en wat kijk ik er naar uit om Priemgeval, met deze geweldige acteurs, over 11 jaar weer te zien!

 

Priemgeval VAN/MET Wanda Eyckerman, An Hackselmans, Fabian Jansen, Jeroen De Man, Joris Smit, Roel Swanenberg, Eline ten Camp en Sophie van Winden/Myrthe Burger
BEGELEIDING Floor Huygen EINDREGIE Arie de Mol

 

*Floor Huygen, in 2005 artistiek leider van Theater Artemis, overleed begin dit jaar.

Dik Trom. Pinkeltje. Bakkertje Deeg. Bijna alles van Astrid Lindgren.
Mijn vader heeft mij ongelofelijk veel voorgelezen toen ik een klein mupke was. Ongetwijfeld is daar de liefde voor boeken, maar ook de liefde voor schrijven begonnen.
Schrijven doe ik ook mijn hele leven al, maar niet structureel en meestal alleen voor mezelf. Op de schrijfsels die ik de afgelopen jaren wel deelde met mensen, kreeg ik positieve reacties. Dat ik daar iets mee moest doen. Diep in m’n hart wilde ik dat ook wel, maar er waren altijd wel kleine stemmetjes in mij die fluisterden “je bent niet goed genoeg” of “wie zit er nou op wat jij schrijft te wachten”.
Ik heb ze tot zwijgen gebracht, omdat er meerdere aanleidingen waren om nu met een blog te beginnen.

Morgen is het 3 jaar geleden dat mijn vader stierf. Dat was, zoals men zegt, een ‘life-changing moment’.
Geen beter moment om mijn blog de wereld in te smijten. Met trillende benen, vluchtgedrag en klamme handen. Hier ben ik met mijn doodgewone dingen. Laat me weten wat je er van vindt.

Voor m’n gevoel kijk ik naar een choreografie bedacht door de dames van het animatieteam hier ter plaatse.

Naar links, naar rechts
Naar voor, voor voor
Naar rechts, naar links
Naar voor, voor, voor

Het is een bloedserieuze aangelegenheid. Lang haar moet goed geborsteld worden.

Zwiep, hoofd naar links, borstel, borstel, borstel.
Zwaai, hoofd naar rechts, borstel, borstel. Overeind, schud, schud.

Als het in slow motion was, had een Andrélon reclame kunnen zijn. Ik gniffel en verbaas me over de gewichtigheid waarmee onze zevenjarige dochter haar halflange blonde haren borstelt: als een volleerd model. Ik heb altijd kort haar gehad, en heb dus geen idee wat lang haar allemaal met zich mee brengt.
“Zit er nu meer volume in?”, vraagt ze me. Ze meent het echt.
“Enorm veel volume”, zeg ik en m’n hart loopt over.

Meeuwen op wacht

 

Miljoenen diamantjes schitteren op het oppervlak door de zonnestralen. Ik loop vastberaden op het water af. Vlak voor de branding sta ik stil. Ik wacht tot het eerste uitgerolde golfje over m’n voeten spoelt. De haartjes op m’n armen schieten acuut in de houding. Toch nog best koud.
Ik loop door, blik vooruit op de golven die van zee aan komen rollen en langzaam groeien tot indrukwekkende hoogte voor ze breken in een prachtige witte kraag. Links en rechts van me wordt druk geoefend met golfsurfen. Jong grut in hippe wetsuits proberen al glijdend op een golf overeind te komen op de plank. Is best moeilijk, zo te zien.
Het water staat nu tot m’n middel en dit is het moment. Het moment van twijfel omdat het toch wel echt heel koud is, en alles in m’n lijf schreeuwt “brrr” en “veel te koud” en “kom, mooi geweest, lekker terug naar de handdoek”.
Ik sta stil, en wacht, bij elke golf komt een rilling, ik hap naar adem en m’n voeten starten al de loop terug naar het strand. Dan roept ze. Dat kleine, witblonde meisje in alleen een zwembroekje. Ze springt en duikt in de golven en zwaait met twee armen naar me. “Kom nou! Het is echt lekker, helemaal niet koud! En de golven zijn zo leuk, kom op!” Ze heeft zo’n aanstekelijke pret in haar golvenspel, dat ik niet kan achterblijven. Ik haal diep adem, houd ‘m in en duik in een golf. De stilte onder water is onvoorstelbaar. Geen joelende kinderen, schreeuwende meeuwen, suizende wind. Adembenemend stil. Ik zwem onder water door. De kou trekt weg en maakt plaats voor hartverwarmende tintelingen. Ik kom happend naar adem boven. En ik ben bij dat witblonde meisje, dat met het allergrootste plezier in een golf duikt en zich mee laat drijven op het schuim.

Ik ben haar.