geluk stuiterbal

 

De warmte speelt ons allemaal parten, denk ik. Ook de kinderen weten even geen raad met zichzelf. Het is te warm om lekker buiten te spelen. Loomheid valt als een klamme doek over iedereen hier in huis.

De kleine man kan z’n draai niet vinden. Hij verveelt zich, en weet niet wat te doen. Hij doet telkens opnieuw voorstellen die even niet kunnen. Speelgoed van zolder halen (waar de temperatuur rond het kookpunt ligt), fietsen op z’n fietsje dat bij de fietsenmaker is, slijm maken (aaaaaaaarghhh). Grote pruillip omdat hij z’n zin niet krijgt.
Ik doe op mijn beurt tegenvoorstellen:
Wil je lekker in het zwembadje? Met de Playmobil? Met de Duplo?
Hij doet z’n armen over elkaar en schudt gedecideerd z’n blonde hoofdje.
Zullen we samen met je nieuwe Baufix iets bouwen?
Nee.
Wil je buiten steppen?
Nee.

Mijn geduld verdampt als een gesmolten ijsje op het asfalt. Ik doe een ultiem voorstel en geef hem de keuze.
Luister, je kan met je treinset gaan spelen, met je Duplo of met de autootjes, en anders moet je zelf je geluk maar zoeken hoor!
Met grote blije ogen kijkt hij me aan.
Ja, mama, geluk zoeken. Wil ik. Mag dat? Geluk zoeken? Asjeblief?

Tja.
Natuurlijk mag dat, knul. Kom, wij gaan geluk zoeken. Heb jij een idee waar het kan zijn?
Hij sluipt nauwlettend rondkijkend door de kamer. Fluistert zachtjes: Geluk, waar ben je?
Zoekt achter de stoel, onder een kussen.
Ik wijs naar de vensterbank. Daar ligt het balletje dat licht geeft als het stuitert.
Jaaaaa, istie!!
Gelukzalig rent hij er op af, en leert mij maar weer eens dat geluk echt in kleine dingen zit.

 

De verjaardag van onze jongste nadert en ik vraag hem wat hij voor z’n verjaardag zou willen.

Ik wil een Ninger, mama!

Een Ninger? Wat is een ninger?

Die doet zo, mama! (Hij beweegt zijn arm van boven naar beneden)

Bij de trein.

Ningningningningningningning

 

Wanneer ik de zaal betreed, kijkt hij me vanaf het grootste scherm indringend aan, in zwart/ wit. Hij is gefilmd terwijl hij in de camera kijkt en verder niks doet.
Kijken. Alleen maar kijken. En ik kijk terug.

Ik loop door, naar andere beelden die geprojecteerd worden. Ik zie hoe hij stoeit met, ik denk, zijn broer. Het valt me op hoe sterk hij oogt, terwijl zijn torso toch zo ielig is. Ik tel z’n ribben.

Ik stap de aangrenzende ruimte in en de vele foto’s van deze doodgewone, bijzondere jongen overvallen. En dan schiet ik vol. Eerst heb ik geen idee waarom, ik ben nog nooit volgeschoten van foto’s.
Het zijn mooie zwart/ wit foto’s van een jongen die heel gewoon is. En ook absoluut niet. Ik kijk en kijk, en snap waarom fotografe Robin de Puy door deze jongen werd geraakt. Ze heeft hem meerdere keren voor langere tijd en hem gefotografeerd. En een band met hem ontwikkeld. En dat zie je in de portretten.

Je ziet hoe kwetsbaar en toch ook sterk dit jochie van pak-m-beet 14 jaar is. Met z’n uitstekende oren, zijn piekige haar (dat vast een beetje rossig is) en die schitterende sproeten. Met een blik in de ogen van generaties armoede, maar ook ‘wie doet me wat’. Ogen waarin de ondeugd glimt, de verwondering, vertroebeld met een zweem eeuwenoude droeve wijsheid.
En met die blik, waarmee hij mij vanaf deze prachtige foto’s aankijkt, kijkt Randy in mijn ziel. Daarom schiet ik vol.

Ga hem zien, deze Randy. Ga naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht en zie hem zelf. En sluit ‘m in je hart.
Je moet wel snel zijn, want deze fototentoonstelling loopt maar tot en met 13 mei.

Maarten van Rossem (nee, niet die ouwe brompot), filmmaker en regisseur heeft tijdens de roadtrip van Robin de Puy ook schitterend materiaal gefilmd van Randy.

 

 

 

 

En zoals je daar zit op onze grote bank hier
Muziek op je oren en een staart in je haar
Je zingt heel hard mee met die Zeeuwse vrienden
Ik ben blij dat je hier bent, blij dat je hier bent

Je geniet van de muziek en de bekende woorden
Ze zingen zo fijn over iets dat je ook kent
Ik zie in jou het Zeeuwse meisje dat ik ook ben
Mijn hart loopt hard over, hart loopt hard over

 

 

Mijn eigen glazen huis

Het was een zonnige dag, en ik weet nog dat ik dat zo raar vond. Dat de zon scheen. Een vrouw stopte iets in haar fietstas, stapte op en fietste weg, terwijl een taxi juist kwam aanrijden. Flarden van een gesprek ving ik op, over een cadeautje kopen voor Kees en iets met eerst nog naar de kapper. Er was overal beweging. Maar mijn wereld stond stil, stiller dan mijn papa die net was overleden. Het voelde alsof ik in een glazen huis stond, waar alles, maar dan ook alles tot stilstand was gekomen. En buiten het huis draaide de wereld door. Ik nam het leven van alledag waar, zag het draaien van de wereld en voelde me alsof ik een parallel tijdsgewricht was gekomen.

De glazen huizen om mij heen

Dagelijks passeer ik wel het raam van zo’n glazen huis. Ik ben dan die vrouw op de fiets. Ik sta aan de bewegende wereld-kant. Bij veel glazen huizen sta ik niet of nauwelijks stil. Dat is niet uit onverschilligheid, maar niet ieder glazen huis is duidelijk zichtbaar. Soms passeer ik een huis waar ik wel een glimp van de binnenkant kan opvangen. Die huizen maken indruk.
Het huis van de moeder wiens dochter na een zoektocht van 13 dagen is gevonden.
Het huis van de kinderen van de geliefde burgervader, die het leven los moest laten.
Het besef dat voor hen de wereld stil staat, dat verdriet en pijn even alle kleur uit de omgeving weghaalt, maakt dat ik zelf weer even extra van mijn eigen kinderen en lief, de hond en de herfstwereld geniet.

Tegen de ruit van dat ene glazen huis

Een berichtje op mijn telefoon zet mij neer voor het glazen huis van een dierbare vriendin.
Haar stilstaande wereld trekt de mijne mee in een vertraging. Haar verdriet, ongeloof en pijn doen de herfstkleuren aan mijn zijde van het raam verbleken. Ik kijk door het raam naar binnen en voel bijna fysiek hoe haar wereld stil staat. En dat van de kinderen, zijn ouders, zijn familie.
Maar terwijl ik mijn betraande gezicht tegen het glas druk, voel ik dat mijn wereld, heel langzaam, weer in beweging komt.Onze zoon zegt iets grappigs, een borrel waar we heen gaan, een stedentripje al lang geleden geboekt.
Ik lach om goede grappen, ik kijk vol spanning naar de finale van Penoza, er is werk op het werk dat moet gedaan. Mijn wereld versnelt en draait alweer op het reguliere tempo mee.
Maar er staat nog steeds een wereld stil achter dat raam. En ik probeer mijn wereld een beetje minder hard te laten draaien, ik voel me schuldig dat mijn wereld niet stil staat, terwijl ik ook weet dat dat is hoe het leven is. Als in een draaimolen komt haar raam vaak voorbij, gelukkig, en soms kan ik haar door het raam heen even vasthouden. Mijn wereld moet draaien, zodat ik haar kan steunen met de hare op termijn weer op gang te krijgen.

De magnolia achterin de tuin verliest zijn blad. Ik geniet van de kleur die het mijn tuin geeft.

liefde op papier

 

Je loopt al zeker vier dagen rond met het plan. Dit is de manier.
Gisteren bij gym, toen jullie per ongeluk tegen elkaar botsten, had ze je even in je ogen gekeken. Eén seconde lang was de eeuwigheid een feit. De eerste keer dat het contact van beide kanten kwam.
Dat je tijdens Duits haar nekhaartjes telt, bij de lunchpauze vecht om een plekje op armlengte van haar te vinden, dat jouw jas altijd naast die van haar hangt.. Ze had geen idee.
Tot nu.
Want na de gym, toen al je boeken en je appeltje uit je tas vielen omdat je de klep niet goed had dichtgedaan, had ze je appel opgeraapt, afgepoetst en aan je gegeven. Terwijl die stomme mutsen – haar vriendinnen – zich stonden te bescheuren. Ze lachte ook wel mee, dat wel, maar toch was het anders.
Dus straks gaat het gebeuren. Je kans is Geschiedenis. Daar zitten jullie naast elkaar. Tot in de details heb je het uitgedokterd.
Je pakt je proefwerkblaadje en begint te schrijven, op zo’n manier dat ze kan meekijken. Eerst schrijf je de twee keuzes, ja of nee. Dat prikkelt haar nieuwsgierigheid. En dan begin je langzaam de vraag te schrijven, ze heeft vast bij de eerste woorden al door wat je wilt vragen. Ze kijkt je aan en dan pakt ze langzaam je pen uit je hand, terwijl ze je blik niet los laat.
De vraag is nog niet af, maar met ferme streken kruist ze de ‘ja’ aan. En dan gaan jullie met elkaar.

Het liep toch net iets anders.

sushi geschiedenis doodgewone dingen

 

Eindelijk heeft de geschiedenis zich herhaald. Ik heb er lang op gewacht, heel lang. Maar nu heb ik mijn kans toch kunnen grijpen! Met twee handen. En het verbaast me hoe geweldig het was en hoe het me ook een beetje ontroert.

Terug in de tijd

Het jaartal durf ik niet meer te noemen, geen idee meer. Maar ik studeerde nog hier in Maastricht, dus het zal zo’n beetje 25 jaar geleden zijn. Ja, ik moet dat getal ook even tot me door laten dringen, hoor. Vijf-en-twintig jaar geleden dus.
Als student was ook ik zeer bekend met het fenomeen dat je aan het einde van je geld een stuk maand overhield. En boodschappen doen was telkens weer een grote uitdaging. Zie maar eens voedzaam rond te komen van de beperkte hoeveelheid guldens die we tot onze beschikking hadden. Op de Scharnerweg was toen al een grote Albert Heijn, en een studievriendinnetje woonde daar in de buurt, dus we gingen vaak boodschappen doen in die Appie.
Ook die bewuste dag.

Kassa

We hebben ons rondje gemaakt, en sluiten aan in een rij bij een van de kassa’s. We kletsen een end weg, en ons oog valt op de nieuwste introductie op ijs-gebied: Mars en Snickers-ijs. Al hardop denkend welke we dan vermoedelijk de lekkerste is, komen we ook hardop tot de conclusie dat deze ijsjes ons budget te boven gaan. De vrouw voor ons in de rij draait zich om: “Pak maar een doosje van welke jullie lekker vinden.”
“Nee, mevrouw, dat is lief hoor, maar dat hoeft niet.”
“Pak nou maar gewoon een doosje Snickers-ijsjes.”
Het gaat nog even heen en weer en dat zegt ze: “Ik hoop gewoon dat als mijn dochter later studeert, iemand dat ook voor haar doet. Dat, als ze eens een keertje in de winkel iets ziet wat ze graag zou willen, maar waarvoor ze het geld even niet heeft, iemand voor haar dat betaalt. Dus, ga nou maar zo’n doosje pakken. Ik betaal.”
We waren diep onder de indruk van haar genereuze gebaar. Omdat we bedanken in woorden onvoldoende vonden, kochten we een roos voor haar, als dank voor de ijsjes. Die roos was overigens duurder dan de ijsjes, maar goed. We hebben genoten van die ijsjes, en van het verhaal dat we beiden, keer op keer, vertelden.

History repeated

Begin deze middag ren ik even dezelfde, inmiddels volledig verbouwde en opgepimpte Albert Heijn binnen om snel wat kleine boodschappen te doen. Bij de Daily Fresh Sushi wordt me een té lekker hapje aangeboden, waardoor ik wel een heel schaaltje moet kopen. “Zo lekker, deze”, zeg ik hardop tegen mezelf en pak een doosje. “Ja”, zegt het meisje naast me terwijl zij naar haar sushidoosje kijkt, “maar niet verstandig voor een studentenbudget.”
Dit is het.
Dit is het moment waarop ik al die jaren heb gewacht. Zo vaak heb ik geluisterd naar studenten voor of achter me in de rij, om de kans te grijpen hetzelfde te doen wat die mevrouw voor me deed, maar het gebeurde nooit. Studenten leken geen beperkt budget meer te hebben, in ieder geval werd het niet uitgesproken. Tot nu, dit moment.
Het meisje kijkt me eerst verschrikt en misschien zelfs een beetje wantrouwig aan. Wat zegt deze mevrouw nou? “Nee hoor, mevrouw, dat is heel lief, maar dat hoeft echt niet.” Ik vertel haar mijn verhaal van de ijsjes. En dat ik al jaren, sinds ik een fatsoenlijk salaris heb, wacht op dat ene moment om voor een student iets te kopen wat ze lekker vindt. Ze geeft haar weerstand op, maar weet niet goed wat ze moet. Ik bevestig nog een keer dat het oké is, dat ik betaal en dat ze lekker met haar huisgenoten van de sushi moet genieten. En, heel belangrijk, dat zij, later wanneer zij het kan, hetzelfde moet doen voor een student dan.

Wat een bijzonder moment. Niet alleen vanwege het zo onverwacht iets doen voor iemand anders, maar ook het ervaren van een goede geschiedenis die zich herhaalt. Een kleine schakel te zijn in de tijd.
Mijn sushi zal vanavond dubbel zo lekker smaken, ik hoop dat de hare al op is.